Historische dingen over de Varusslag -

Inhoud midden

Belangrijkste inhoud

.

Historische dingen over de Varusslag

Dat hadden de Romeinen zich eigenlijk anders voorgesteld.


... als zij in de herfst van 9 n. Chr. naar het verstrekkend gepacificeerde Germanië opbraken, om dan naar de geneugten van het winterkamp aan de Rijn terug te keren. Menigeen droomde al van het ontspannende bezoek aan de thermen en van behagelijke vertrekken met vloerverwarming terwijl het buiten streng vriest. - Maar op zijn beurt:


Sinds de laatste beide decennia’s voor Christus waren de Romeinen stukje voor beetje naar Germanië voorgedrongen. Veel inheemse stammen hadden zich in het begin geweerd en werden onderworpen. Andere sloten al spoedig met de Romeinen vredensverdragen en genoten de verworvenheden van de Romeinse cultuur, zegt men ...


Sinds 7 n. Chr. beschikte Germanië over een »goede« stadhouder, zoals elke reguliere provincie van het Romeinse Imperium. De man heette Publius Quintilius Varus en was in de hoofdstad Rome zeer aangezien. Niet in de laatste plaats had hij ervaring: Enke jaren tevoren was hij al eens stadhouder en weliswaar in de rijke provincie Syria. Als na de dood van Herodes, de koning van Palestina, zware rellen uitbraken, bracht hij zij snel onder controle, bestrafte de aanvoerders en herstelde de machtsverhoudingen weer. Hij was zeker de juiste man voor Germanië waarin ook af en toe nog eens tegenstand tegen Rome opvlakkerde. Boze tongen beweerden weliswaar, hij zou zich in Syria vooral privat hebben verrijkt maar wie succes heeft, heeft ook benijders ...


In de jaren daarvoor had Varus begonnen de Romeinse rechtspraak in Germanië in te voeren. Hij reiste rond en hield regelmatig gerechtsdagen. De inheemsen schenen zich daaraan langzaam te wennen en velen namen het aanbod graag aan. Niet zo geliefd was het thema »belasting«. Net als elke Romeinse provincie was natuurlijk ook Germanië belastingplichtig. Varus deed zijn best om dit om te zetten. Daarbij stootte hij inderdaad vaak op onbegrip, menigmaal zelfs op haat. Daarbij was tegenstand volledig nutteloos: De afgiften waren voor de onderworpen provincies obligatorisch en de noodzakelijkheid van de belasting begreep in Rome ieder kind ...


Na een bijna onspectaculair jaar dus - met weinig schermutselingen en enig gemor van de inheemse bevolking aldaar - begaf Varus zich met zijn ondergeschikten op de terugweg naar de Rijn, daaraan denkend dat hij zijn taak in Germanië voor dat jaar had vervuld. De route was bekend; tot dan waren er geen bijzondere voorvallen. Inderdaad kreeg Varus ‘s avonds bezoek van een vooraanstaande en de Romeinen vriendelijk gezinde Cherusk namens Segestes. Deze was blijkbaar bezorgd en probeerde Varus voor een aanslag te waarschuwen. Als Varus echter vernam, voor wie hij gewaarschuwd moest worden, schudde hij het hoofd en wenkte af: Arminius en zijn vader Segimer, beide voorname Cherusken en in het bezit van het Romeinse burgerrecht, kende hij al lang. Ze gingen bij gelegenheid samen eten en over het werk van Arminius als officier in het Romeinse leger waren hem nooit klachten ter ore gekomen, nog had hij zelf reden tot klagen. Arminius was uiteindelijk in Rome opgegroeid en opgeleid. Zijn militaire loopbaan verliep veelbelovend. Hij was zelfs in de ridderstand opgenomen. Waarom zou hem van zo´n man die met Romeinse waarden en cultuur groot was geworden gevaar dreigen? Dat moest een vergissing zijn, of zelfs laster. De weg naar het zuiden kon gerust worden voortgezet ...


Op de volgende dag kreeg Varus een bericht waarin Germanen hem om hulp vroegen die, niet ver van de reisweg verwijdert, in benarde omstandigheden waren terecht gekomen. Varus berekende kort de omweg en hield het voor verdedigbaar en sloeg de weg in vooraf onbekend gebied in, om de hulpzoekenden bij te staan. Weliswaar schoot men in het onbegaanbare terrein moeizam op – er moesten bomen geveld en kleine hindernissen worden overwonnen - alles bij elkaar schoot men toch wel goed op ...


De aanval uit het struikgewas kwam verrassend. De Germanen vielen met alle macht aan. De tegenstand van de Romeinen werd door het terrein bemoeilijkt. Aan een gevechtsformatie was helemaal niet te denken. En dan moest ook nog de tros met zijn niet-militairen, wagens, lastdieren en transportkarren in veiligheid worden gebracht. De verliezen waren dienovereenkomstig groot. ‘s Avonds verschanste men zich in een zorgvuldig ingericht kamp. Men beraadslaagde over de verdere handelswijze en kwam overeen, overtollige ballast, dat betekende vooral de transportwagens, achter te laten. Daarmee ze niet in de handen van de vijanden vielen, stak men ze aan ...


De tweede dag verliep ondanks strategische overwegingen van de kant van de Romeinen niet beter. Daarbij kwam het aanhoudende slechte weer. Door de doorgeweekte wegen en de voortdurende niet berekenbare aanvallen van dichterbij oprukkende aanvallers leden de Romeinen zwaardere verliezen als vantevoren. Aan een normaal kamp voor de nacht was al niet meer te denken. Men verdedigde zich zo goed het even ging. - Waren dat nu de Germanen die ook de om hulp roependen zo zeer hadden lastig gevallen? Zouden de Romeinen, als zij het voorelkaar kregen, hun weg kunnen voortzetten, om zich met de Rome goed gezinde Germanen te kunnen aaneensluiten? En waar bleef trouwens Arminius die twee dagen geleden afscheid had genomen om bondgenoten op te halen?


De volgende dag bracht de beslissing. De Romeinen verkeerden in een desolate toestand, veel gewonden, de kleding door de regen doorweekt, de schilden zwaar door het opgezogen water. De Germanen die met hun terreinkennis en hun lichte wapens in het voordeel waren, gelukte het de overgebleven Romeinen te overweldigen en een groot aantal te doden. Als Varus de hopeloosheid van de situatie bewust werd, legde hij de hand aan zich zelf. Daardoor zonk de moed van de overlevenden verder en velen probeerden te vluchten, terwijl anderen zich de vijanden overgaven of eveneens zelfmoord pleegden.


Florus schildert de brutaliteit van de Germanen waarmee zij de verslagen Romeinen hadden gedood. Als plaats van het gebeuren wordt een heilig bos van de Germanen genoemd waar zij de Romeinse officieren volterden en op altaren doodden. Uiteindelijk waren drie legioenen, drie escadrons ruiterij (alen) en zes cohorten alsmede de tros met slaven, vrouwen en kinderen vernietigd. Twee legioensadelaars waren aan de vijanden verloren gegaan. De derde moet de vaandeldrager om tegen roof te beschermen afgebroken en in zijn kleding verstopt hebben. Waar zijn vlucht eindigde, is niet bekend; dat hij het overleefde is onwaarschijnlijk.


Augustus die door de Germanen het afgeslagen hoofd van Varus wordt toegezonden, rouwde om de gedode en bereidde het hoofd van zijn stadhouder een eervolle begravenis. Hij vergaf de nummers van de ondergegane legioenen - 17, 18 en 19 – geen tweede keer. De plannen voor de verovering van Germanië rechts van de Rijn werden enige tijd later opgegeven. De Romeinen trokken zich tot aan de Rijngrens terug.


Romeinse geschiedschrijvers zoals Sueton leidden de catastrofe van de »onbedachtzaamheid« en »nalatigheid« van Varus af. Alleen wie wil dit nog van uit de verte beslissen?


.

xxnoxx_zaehler

.

xxnoxx_zaehler