Het Romeinse leger -

Inhoud midden

Belangrijkste inhoud

.

Het Romeinse leger

 

Legioensadelaar en standaard


Het ideële centrum van een Romeinse militaire kamp was het standaardheiligdom, »sacellum« waarin de standaard werd bewaard. Op bijzondere feestdagen werd de standaard gezalfd, met een krans van moerbeien en gierlanden voorzien en met linten versierd. Eén van deze feestdagen was de »dies natalis aquilae«, de »verjaardag van de (legioen-)adelaar« waarop de oprichting van het betreffende legioen feestelijk werd gevierd. De standaards waren de tekens en garanten voor de religieuze binding aan de staat en de militaire deugden en resultaten. Dienovereenkomstig werden zij cultisch vereerd en waren ze het voorwerp van de militaire religie, »religio castrensis«.


Het verlies van de standaard was dan ook het grootste ongeluk, dat een legioen kon overkomen en alles moest gedaan worden, om de verloren standaard weer terug te krijgen. Nadat het keizer Augustus bijvoorbeeld was gelukt, de door Crassus in 53 v. Chr. aan de Parthiers verloren gegane legioensadelaar terug te halen, werd deze gebeurtenis op hiervoor gemaakte muntafbeeldingen herdacht.


De standaards hadden bovendien een grote psychologische werking op de soldaten die zich voor de strijd en in de gevechtspauzen om deze symbolen vergaarden en op hun bescherming bedacht waren als ze de drager van de standaard in het begin van de strijd volgden. Ze waren dus in de letterlijke betekenis van het woord voor-beeld en oriëntatiesignaal evenzo de belichaming van het moraal van de troep. Er zijn in het Latijn zeer veel militaire termen die betrekking op de standaard hebben, zoals bijvoorbeeld »singa tollere«, »standaard heven« dat betekent opbreken of »signa movere«, » standaard bewegen« dat betekent voorwaards mars en nog veel meer voorbeelden.


De afdelingen van het Romeinse leger voerden verschillende veldsymbolen, of in de vorm van een standaard »signum« of als vlag, in het Latijn »vexillum«. Van de oorspronkelijk vijf gebruikte vlaggentekens - adelaar, wolf, minotaurus, paard en wilde zwijn - ontwikkelde zich de adelaar (»aquila«) uiteindelijk als het standaardsymbool van de legioenen. Later kwamen er in dit verband de tekens van de dierenriem voor de legioenen op die net zo vaak werden gebruikt als de »imagines«, buste met de beeltenis van de keizer en de andere leden van het keizerlijk huis.


Het gebruik van de verschillende standaards was door verordeningen geregeld en werd tijdens enige legerhervormingen meermaals veranderd. Voor de taktische inzet in de strijd werden de »signa« gebruikt waarvan elk legioen er 30 had omdat één op de drie manipels en één op de tien centuriën per legioen zijn eigen »signum« voerde.


De »primipilus«, de ranghoogste centurio, aanvoerder van de eerste cohort hield de wacht over de »aquila« de adelaarsstandaard van het legioen en het religieus vereerde symbool deze eenheid. De met zilver gedreven en vergulde, later uit puur goud bewerkte adelaar troonde met uitgebreide vleugels op de punt van de standaard en hield de bundel bliksemstralen van Iuppiter, de hoogste Romeinse god, in zijn klouwen. Ook een vaak afgebeelde eikel in zijn snavel verwijst naar de vader van de goden wiens heilige boom de eik was.


Het »aquilifer« genoemde uitvoerende orgaan van de legioensadelaar was in de regel een verdiend onderofficier die de baas van alle andere dragers van de standaard van het legioen was. Hij kwam in de rangorde direct na de centurio, maar bereikte deze rang in de regel niet. Blijkbaar werden in het bijzonder onderofficieren die zich kort voor hun ontslag bevonden, voor deze eervolle post ingedeeld.


De drager van de standaard - »signifer« - was een bijzonder opvallende verschijning onder de legionairs. Over de uitrusting droeg hij een wolfs-, beren- of leeuwenvel. De kop samen met de bovenkaak van het roofdier was geprepareerd en over de helm van signifer getrokken, terwijl het vel over zijn rug naar beneden hing. De voorpoten werden over de schouders naar voren gelegd en geknoopt. Bij deze uitrusting behoorde vaak een helm met een masker, die drager volledig onherkenbaar maakte. Hij was nu angstaanjagend genoeg uitgerust, om de religieus vereerde standaard als veldteken van het hele legioen te dragen.

 

Omdat de standaard niet alleen een taktische betekenis had, maar in het gevecht een geliefde buit van de tegenstanders was, werden aan de baan van signifer bijzondere eisen gesteld. Hij moest niet alleen, gehandicapt door de standaard, in het gevecht staande blijven, maar hij diende voor de soldaten in zijn geaccentueerde positie ook als voorbeeld. Zijn enige wapen was het kleine ronde ruiterschild, de »parma equestris« waarmee hij de aanvallen kon afweren.
Een verdere taak van signifer was de leiding van de kas en dat betekende dat hij goed kon schrijven en rekenen. De standaarddragers konden daarom tot de rang van centurio, de invloedrijke leider van een centurie, opstijgen.


.

xxnoxx_zaehler

.

xxnoxx_zaehler