Inhoud midden
Belangrijkste inhoud
.Het Romeinse leger
Cohort
Een legioen bestond in de tijd van Augustus uit tien cohorten. Een cohort – in het Latijns »cohors« - bestond uit drie manipels met elk twee centuriën, die elk door één centurio werden aangevoerd. Een centurie telde 80 soldaten die in tien tenteenheden (»contubernia«) elk met acht personen waren ingedeeld. Deze contubernia bezaten een gemeenschappelijke leeren tent (»tabernaculum«) en een basalten handmolen waarmee dagelijks graan tot meel werd gemalen voor de graanbrij »Puls«, alsmede een muildier voor het transport en een muildierdrijver (»mulio«) die niet tot de gevechtseenheid behoorde.
De leiding van de cohort was in handen van de »pilus prior«, de ranghoogste centurio. Daar er bij de centuriën verdere dienstgraden en dienstpersoneel bijkwamen, bestond een cohort uit 480 zwaar bewapende voetsoldaten alsmede 120 andere personen, gezamenlijk dus 600 man.
Kleding en bewapening van de soldaten zijn hier onder het opschrift »legioen« beschreven.