Antieke schrijvers over het thema Varusslag -

Inhoud midden

Belangrijkste inhoud

.

Antieke schrijvers over het thema Varusslag

Velleius Paterculus, Romeinse geschiedenis 117-119

 

» naar de originele Latijnse tekst


117.
1. nauwelijks had [Tiberius] Caesar de laatste hand aangelegd om de Pannonische en de Dalmatische oorlog definitief te beeindigen, daar brachten – slechts vijf dagen, nadat hij deze enorme taak had volbracht – boden uit Germanië de ongeluksboodschap dat Varus gedood en drie legioenen afgeslacht zouden zijn, daar kwamen er nog net zo veel ruiterescadrons en zes cohorten bij. Het was net alsof het lot ons daarbij nog goed gezind was: dat namelijk onze veldheer niet meer op een ander strijdtoneel werd beziggehouden (...). De oorzaak van de ramp alsmede de persoon van de legeraanvoerder maakten het noodzakelijk dat ik hierbij kort blijf stilstaan.


2. Quintilius Varus stamde uit een vooraanstaande maar niet hoogadelijke familie. Hij had een milde natuur, rustig temperament, iets onbewegelijk van lichaam en geest, meer aan werkeloos kampleven dan aan de dienst in het veld gewend. Dat hij waarachtig het geld niet verachtte, bewijst zijn stadhouderschap in Syrië: Als arme man betrad hij het rijke Syrië en als rijk man verliet hij het arme Syrië.


3. Toen hij opperbevelhebber van het leger in Germanië werd, beeldde hij zich in dat de mensen daar behalve de stem en ledematen niet op een mens zouden lijken en die men met het zwaard niet zou kunnen temmen, men dan door het Romeinse recht zo mak als een lam zou kunnen maken.


4. Met dit voornemen begaf hij zich naar het binnenland van Germanië en al zou hij het met mannen te doen hebben die de aangename aspecten van de vrede genoten, bracht hij de tijd van de zomerveldtocht daarmee door, om vanuit zijn rechterstoel procesformaliteiten af te werken.

118.
1.
De mensen zijn daar echter – wie het nog niet vernomen heeft, zal het nauwelijks gebazen - bij al hun wildheid uiterst sluw, een volk van geboren leugenaars. Ze vonden de ene rechtsstrijd na de andere uit; spoedig sleepte de ene de andere voor de rechtbank; spoedig bedankten zij zich daarvoor dat het Romeinse recht hun handelen beëindigde en dat hun onbehouwen aard door deze nieuwe en tot dan toe onbekende inrichting geleidelijk vreedzamer werd. Wat zij tot dan toe volgens hun gewoonte met wapengeweld zouden hebben beslecht, nu door het recht en de wet zou worden bijgelegd. Daardoor wiegden zij Quintilius Varus in een toestand van hoogste zorgenloosheid, ja, hij voelde zich eerder als stadpretor die op het Romeinse forum recht spreekt dan als opperbevelhebber van een leger in het innerste Germanië.


2. Er was toen een jonge man uit een vooraanstaand geslacht die bekwaam was in het gevecht en snel kon denken, een beweeglijke geest dan het gewoonlijk bij de barbaren het geval was. Hij heette Arminius en was de zoon van Sigimer, een vorst van dat volk. In zijn gezichtsuitdrukking en in zijn ogen spiegelde zich zijn vurige geest. Tijdens de laatste veldtocht had hij steeds aan onze kant gevochten en had met het Romeinse burgerrecht ook de rang van een Romeinse ridder verworven. Nu baatte hij de onverschilligheid van onze veldheer voor een misdaad uit. Het was geen domme gedachte van hem dat niemand gemakkelijker is te pakken dan een nietsvermoedende en dat het onheil meestal dan begint als men zich heel veilig voelt.


3. Eerst wijdde hij slechts weinigen dan meerderen over zijn plannen in. De Romeinen zouden vernietigd worden, was zijn bewering waarmee hij ook overtuigde. Hij liet de besluiten daden volgen en legde de tijdstip van de hinderlaag vast.


4. Dit werd Varus door Segestes verraden, een loyaal man van dat volk met een vooraanstaande naam. Hij verzocht Varus dringend [de samenzweerders te ketenen]. Maar het lot was al sterker dan de besluitvaardigheid van Varus en had de helderheid van zijn verstand volledig verduisterd. Want zo gaat het: als een god het geluk van een mens will vernietigen, dan verduistert hij meestal zijn verstand en bewerkt daarmee - wat het beklagenswaardigste daaraan is - dat dit ongeluk ook nog schijnbaar verdiend uitkomt en zich het lot in schuld veranderd. Varus wilde het dus niet geloven en verstijfde daarin, de klaarblijkelijke vriendschapsbetuigingen van de Germanen jegens hem als erkenning van zijn verdiensten te beschouwen. Na deze eerste waarschuwing bleef voor een tweede geen gelegenheid meer.

119.
1.
De afloop van deze verschrikkelijke ramp - de zwaarste nederlaag van de Romeinen tegen buitenlandse vijanden sinds die van Crassus tegen de Parthen – zal ik zoals anderen het al reeds hebben gedaan, in mijn groot geschiedkundig werk uitvoerig proberen te beschrijven, hier is over de gebeurtenissen slechts algemeen met droefheid te herdenken.


2. Het dapperste leger van allemaal, het beste van de Romeinse troepen wat discipline, dapperheid en oorlogservaring betreft, werd door de onverschilligheid van de leider, de verradelijke list van de vijand en het ongeluk van het lot in een val gevangen. Noch gevechtshandelingen noch het uitbreken was ongehinderd mogelijk, hoe hartstochtelijk zij ook daarna verlangden. Ja, enkelen moesten daarvoor zelf zwaar boeten dat zij als Romeinen hun wapens en hun gevechtsmoraal hadden ingezet. Ingesloten in bossen en moerassen in een vijandelijke hinderlaag, werden zij man voor man afgeslacht en weliswaar door dezelfde vijand die zij op hun beurt steeds als vee hadden afgeslacht – waarvan leven en dood van hun woede of hun medelijden afhankelijk was geweest.


3. De aanvoerder had meer moed om te sterven dan voor gevechtshandelingen. Het voorbeeld van zijn vader en grootvader volgend doorboorde Varus zich zelf met het zwaard.


4. Van de beide kampprefecten was er echter één, Lucius Eggius, een heldhaftig man en de andere, Ceionus, een erbarmelijk voorbeeld. De laatste bood nadat het grootste deel van het leger al was omgebracht, de overgave aan: Hij wilde liever terechtgesteld worden dan in het gevecht sterven. Numonius Vala echter, een legaat van Varus, in andere omstandigheden een rustig en betrouwbaar man, was een afschrikwekkend voorbeeld: Hij beroofde de voetsoldaten van hun bescherming door de ruiterij, sloeg met de escadrons op de vlucht en probeerde de Rijn te bereiken. Het lot wreekte echter zijn schanddaad: Hij overleefde zijn kameraden niet waarvan hij was gedeserteerd, maar vond de dood als deserteur.

 

5. Het half verkoolde lijk van Varus scheurden de vijanden in hun wreedheid in stukken. Ze onthoofden het lijk en zonden het hoofd aan Marbod. Deze wederom stuurde het door naar Caesar [Augustus] die hem ondanks alles de eer van een familiebegravenis verleende.


.

xxnoxx_zaehler

.

xxnoxx_zaehler