Inhoud midden
Belangrijkste inhoud
.Antieke schrijvers over het thema Varusslag
Publius Cornelius Tacitus, Annalen 60,1-62,1
60.
1. Daardoor werden niet alleen de Cherusken, maar ook de aangrenzende stammen opgestookt en Inguiomerus, de oom van Arminius die bij de Romeinen sinds lange tijd aanzien genoot, tot aansluiting bewogen. Zo nam de bezorgdheid van Caesar toe.
2. En daarmee niet de volle last van de oorlog zich op eens kon uitwerken, stuurde hij Caecina met veertig Romeinse cohorten om de vijand te verspletteren, door het gebied van Bructeren aan de rivier Amisia, terwijl de ruiterij door de bevelhebber Pedo door het gebied van de Friezen werd geleid. Hij zelf voer met vier legioenen die hij op schepen had verladen, over de meren. Voetvolk, ruiterij en vloot kwamen tegelijk aan de voorbestemde rivier aan. Omdat de Chaucen beloofden hulptroepen ter beschikking te stellen, werden ze in de gemeenschap van het leger opgenomen.
3. De Bructeren die zelf hun have en goed verbrandden, versloeg Lucius Stertinius die Germanicus met een licht bewapende legerafdeling had uitgezonden. Tijdens het moorden en plunderen vond hij de adelaar van het negentiende legioen die onder Varus verloren was gegaan. Dan voerde hij zijn leger verder tot de uiterste grens van het gebied van de Bructeren. Het hele gebied tussen de rivieren Amisia en Lupia, niet ver verwijderd van het Teutoburger Wald waarin, zoals het heette, de stoffelijke overschotten van Varus en zijn legioenen onbegraven lagen, werd vernietigd.
61.
1. Nu ontstond bij Caesar het verlangen, gene soldaten en hun aanvoerders de laatste eer te bewijzen waarbij het hele aanwezige leger door het smartelijk medeleven met de familie en vrienden was vervuld, kortom, vanwege de droevige oorlogen en het menselijke lot. Caecina werd vooruit gestuurd, om het afgelegen bosgebied te doorzoeken en over het moerasachtige terrein en de verradelijke moerasgrond met bruggen en dammen te leiden. En nu betraden zij de plek van het ongeluk, afschuwelijk om aan te zien en vol van verschrikkelijke herinneringen.
2. Het eerste kamp van Varus verwees vanwege zijn uitgestrekte omvang en de afbakening van de hoofdplein naar het werk van drie legioenen. Dan herkende men aan de half ingestorte wal en de ondiepe gracht dat de samengesmolten restanten zich daar hadden gelegerd. Midden in het vrije veld lagen de verbleekte gebeenten verstrooid of op een hoop al naar gelang de lieden waren gevlucht of tegenstand hadden geboden.
3. Daarbij lagen de delen van wapens en paardengeraamten, tegelijk bevonden zich aan de boomstammen vastgespijkerde hoofden. In de naburige bossen stonden de altaren van de barbaren waarop zij de tribunen en de centurios van de eerste graad hadden afgeslacht.
4. De lieden die deze nederlaag hadden overleefd en de veldslag of de gevangenschap waren ontlopen, vertelden, hier zijn de legaten gevallen daar de adelaar door de vijanden buitgemaakt. Zij laten zien waar Varus de eerste verwonding werd toegebracht en waar hij zich zelf met zijn noodlottige rechter hand de dodelijke stoot had toegebracht; waar Arminius van de tribune een toespraak heeft gehouden, hoeveel galgen voor de gevangenen en welke martelaarskuilen hij heeft laten maken, hoe hij de standaard en adelaar overmoedig heeft gehoond.
62.
1. en nu begroef het hier aanwezige Romeinse leger zes jaar na de nederlaag, de gebeenten van drie legioenen waarbij een droevige stemming samen met een toenemende woede op de de vijand heerste, zonder dat iemand merken kon of hij de stoffelijke overschotten van vreemden of van zijn eigen familieleden ter aarde bestelde. En het was, alsof zij allemaal bijelkaar behoorden, alsof zij bloedverwanten waren. De eerste graszode voor de oprichting van de grafheuvel legde Caesar, hiermee bewees hij de gevallenen de hartstochtelijk verlangde dienst en nam deel aan het leed van de aanwezigen.