Antieke schrijvers over het thema Varusslag -

Inhoud midden

Belangrijkste inhoud

.

Antieke schrijvers over het thema Varusslag

Bronnen


Alle beschrijvingen en gegevens over de Varusslag en zijn gevolgen laten de gebeurtenissen vanuit Romeins perspectief vervolgen. Beschrijvingen met de Germaanse visie op de dingen ontbreken omdat de Germanen zelf geen schriftelijke overleveringen hebben achtergelaten. Dit feit zou eigenlijk bij het lezen van de antieke bronnen steeds bedacht moeten worden. Zelfs Tacitus die objectiviteit als het hoogste doel voor het schrijven in zijn vaandel had geschreven - »sine ira et studio«, dus »zonder toorn en geestdrift« -, schreef niet zonder toeneiging en afwijzing. Bovendien is te bedenken dat - behalve Strabo en Velleius Paterculus – geen enkele geschiedkundige die de Varusslag als tijdgenoot heeft meegemaakt. Veel verslagen uit de tweede hand maakten gebruik van oudere beschrijvingen met een verschillende en een niet meer te controleren kwaliteit.

 

Strabo


Strabo werd waarschijnlijk in de winter 64 / 63 v. Chr. in Amaseia, in Kleinasië geboren en stamde uit een vooraanstaande familie die vriendschappelijke contacten met het Pontische Koningshuis onderhield. Door verschillende bekende wijsgeren opgeleid kwam hij via Egypte en Griekenland naar Rome. Daar schreef hij een geschiedeniswerk en een geografie in het Grieks. Zoals gewoond gebruikte hij hiervoor al bestaande bronnen en zelden ooggetuigen. Zijn droge en nuchtere stijl stemde overeen met de geest van die tijd. Zijn preciese sterfjaar omstreeks 23 n. Chr. is onbekend.


»Geographiká Hypomnémata« - »geografische verhandelingen« of »aardgeschiedenis« heet het al in de klassieke Oudheid vaak geciteerde en gaarne verder gebruikte werk dat in tegenstelling tot veel andere geschriften van Strabo behouden is gebleven. De kwaliteit hangt af van de verschillende geaardheid van het door Strabo gebruikte basismateriaal.

 

Velleius Paterculus


De Romeinse geschiedschrijver (Caius) Velleius Paterculus werd omstreeks in 20 / 19 v. Chr. geboren. Hij stamde uit een familie van ridders en doorliep in het kader van zijn militaire loopbaan talrijke ambten. In de jaren 1-4 n. Chr. begleidde hij Caius Iulius Caesar naar de Oriënt bij de Parthern. Aansluitend nam hij tot 9 n. Chr. deel aan de veldtochten van Tiberius in Pannonië en van 9-11 n. Chr. in Germanië alsmede aan de triomftocht van Tibierius in 12 n. Chr. in Rome. Een laatste aanwijzing op zijn biografie levert de opdracht van zijn werk dat in 30 n. Chr. of kort daarvoor kan worden gedateerd. Zijn sterfjaar is niet bekend.


»Historia Romana« - »Romeinse geschiedenis« wordt het door Velleius geschreven geschiedkundige werk gewoonlijk genoemd, de antieke naam is onbekend. Het is in twee delen onderverdeeld. Voor de schildering van de afgelopen perioden maakte hij gebruik van de werken van andere auteurs, terwijl hij de periode van de veldtochten van Tiberius als tijdgenoot beschreef. Zijn geschiedeniswerk is de enige bewaard gebleven beschrijving uit de tijd van Augustus en van Tiberius uit de gezichtshoek van een tijdgenoot.

 

Tacitus


Publius Cornelius Tacitus werd omstreeks 55 n. Chr. als zoon van een vooraanstaande familie geboren. Hij doorliep in Rome onder meerdere keizers een militaire ambtelijke loopbaan. In 78 n. Chr. trouwde hij met de dochter van Iulius Agricola, de veroveraar van Brittannië waarover hij later een biografie schreef. Ten tijde van keizer Trajanus was hij bestuurder van de provincie Asia. Zijn preciese sterfjaar, vermoedelijk omstreeks 116 / 120 n. Chr., is onbekend.
Naast de »Germania«, een beschrijving van het land en de daar levende mensen en verdere kleinere geschriften schreef hij de »Historiae« (dat betekent »geschiedenis[sen]«) en de »annalen« (in het Nederlands »jaarboeken«) als zijn belangrijkste werk.


»Annales ab excessu divi Augusti« - »jaarboeken van de dood van de vergoddelijkte [keizer] Augustus« luidde één van zijn belangrijkste werken met de volledige titel. Daarin schildert Tacitus – zijn principe volgend »sine ira et studio« (dat betekent »zonder toorn en ijver«, dus zoveel mogelijk objectief; Annalen 1,1,3) - de gebeurtenissen van de jaren 14-68 in streng chronologischex volgorde. Helaas zijn er vandaag enkele delen verloren gegaan.
Door zijn pregnante stijl en zijn vasthouden aan de demoralische codex van de aristocratie van de senatoren is Tacitus één van de belangrijkste overleveringen betreffende de Romeinse geschiedenis, ook als zijn beoordeling van individuele persoonlijkheden, zo als bijvoorbeeld keizer Tiberius, noch objectief noch juist uitvielen.

 

Sueton


Caius Suetonius Tranquillus werd omstreeks 70 n. Chr. vermoedelijk in Noordafrika geboren. Hij behoorde tot de Romeinse ridderstand, werkte in het begin als advocaat en kwam uiteindelijk door bemiddeling van zijn vriend Plinius de Jongere naar Rome. Daar trat hij in keizerlijke dienst en bekleedde uiteindelijk het invloedrijke ambt van keizerlijk secretaris (»ab epistulis«) aan het hof van Hadrianus. In het jaar 121 n. Chr. werd hij ontslagen en leefde nog onbepaalde tijd als privégeleerde in Rome.


»De vita Caesarum« - »over het leven van de keizer« heette zijn bewaard gebleven hoofdwerk waarin hij het leven van de twaalf Romeinse keizers van Caius Iulius Caesar tot en met Domitianus beschrijft. Daarbij paste hij een vast schema toe waaraan hij historische feiten desnoods ondergeschikt maakte. Het doel van zijn geschriften was de ontspanning van de lezer, vooral met anecdotes, dus niet het werk van een nauwkeurige geschiedschrijver.


Van zijn overige geschriften ging veel verloren. Alleen het hoofdstuk over de dichters Terenz en Horaz uit zijn boek »over beroemde mannen« (»De viri illustribus«) zijn bewaard gebleven.

 

Florus


Lucius (of Publius) Annaeus Florus schreef in de vroege 2e eeuw n. Chr. een beknopt overzicht over de Romeinse geschiedenis. Hij maakt daarbij gebruik van de geschiedkundige werken van oudere geschiedkundigen. Zijn hoofdbron was echter Livius.


»Epitome de Tito Livio ...« - »beknopt overzicht [van de Romeinse geschiedenis] volgens Titus Livius ...« heet zijn werk waarin hij de tijdperken van de geschiedenis van Rome dienovereenkomstig de fasen van een menselijk leven beschrijft. Daarbij bestaat zijn verdienste meer uit de kunstvolle taal dan uit de historische nauwkeurigheid.

 

Cassius Dio


Geboren omstreeks 150 n. Chr., bekleedde Cassius Dio Cocceianus in zijn geboortestad Nikaia in Bithynië (Kleinazië) hoge openbare ambten zoals eertijds al zijn vader. Hij doorliep de klassieke Romeinse ambtelijke loopbaan en werd bestuurder van de provincies Africa, Dalmatië en Bovenpannonië. Door zijn nauwgezetheid tegenover de soldaten leverde dat hem de woede van de Praetorianers op zodat hij zijn tweede consulaat als collega van keizer Severus Alexander alleen buiten de stad Rome kon aanvaarden. Daarna keerde hij naar Bithynië terug en stierf vermoedelijk tegen 235 n. Chr.


»Romaïkè Historía« - van de in het Grieks geschreven »Romeinse geschiedenis« in 80 delen is slechts een deel behouden gebleven. Het werk was in de vorm van een jaarboek in decennia’s ingedeeld. Hij vermeldt namelijk de door hem gebruikte oudere auteurs, onder andere Polybios en Livius. Bijzondere waarde heeft zijn uitvoerige beschrijving van de tijd volgens Marc Aurel die hij in actieve keizerlijke dienst met zijn eigen opgedane ervaringen beschrijft. Niet in het laatst vanwege zijn contemporaine perspectief is Cassius Dio één van de belangrijkste bronnen voor de Romeinse geschiedenis.


.

xxnoxx_zaehler

.

xxnoxx_zaehler