Inhoud midden
Belangrijkste inhoud
.Theodor Mommsen
Bijzondere tentoonstelling over de 100ste sterfdag van de literatuurnobelprijsdrager
»Wat ik geweest ben, of had kunnen zijn, gaat de mensen niets aan« – dit legde Theodor Mommsen zo in 1899 in zijn testament vast, vier jaar voor zijn dood. De laatste wil van een mens zou men eigenlijk moeten respecteren … maar met alle respect: Het gaat ons toch wat aan, wat en hoe Theodor Mommsen is geweest. En dat niet alleen, omdat hij als erkend wetenschapper al in 1885 naar gelang van Romeinse muntvondsten de Varusslag in Kalkriese localiseerde, maar ook omdat hij als nauwelijks een andere Duitse historicus een stempel op zijn vakgebied en zijn tijd drukte, hij in 1902 als »grootste nog levende meester van de historische beschrijving« met de Nobelprijs voor de literatuur werd geëerd en omdat op 1 november zijn 100ste sterfdag is.
Reden genoeg dus, om aan deze persoonlijkheid, die al tijdens zijn leven als de »geestelijke wereldmacht van de 19de eeuw« gold, een bijzondere tentoonstelling te wijden. Uitgestippeld was zijn levensweg niet: Theodor Mommsen werd op 30-11-1817 in eenvoudige verhoudingen geboren. De vader, een evangelische plattelandspastoor, had grote moeite zijn gezin te verzorgen en onderwees daarom zelf zijn zonen Theodor und Tycho. Scholing speelde in het liberale ouderlijk huis een centrale rol. Goed opgeleid gaat Mommsen in 1834 naar het koninklijke Christianeum in Altona. Deze school kon hem echter niet enthousiast maken – als »galeienslavenwerk« vindt hij het blokken. In April 1838 verlaat hij de school met een uitstekend rapport, om dan rechten te gaan studeren. In 1843 legde hij zijn examen af en promoveerde met lof.
Mommsen wil hoogleraar worden, maar de werkelijkheid is echter anders. Als hulpleraar in het meisjespensionaat van zijn tante
houdt hij zijn hoofd boven water, totdat hij in 1844 van de Deense regering een studiebeurs toegewezen kreeg. Twee jaar lang heeft hij geen financiële zorgen. In 1874 keert hij met een grote voorliefde voor Italië naar Duitsland terug – voortaan zijn deegwaren zijn lijfgerecht, Latijnse inscripties zijn hartstocht en de wetenschap van de oude geschiedenis zijn roeping. Echter aan de vooravond van de revolutie in 1847, doet zich geen gelegenheid voor de wetenschappelijke ambities van Theodor Mommsen voor. In plaats daarvan engageert hij zich als redacteur van de »Schleswig-Holsteinischen-Zeitung« met hoofdartikelen over de liberale ideëen. In 1848 wordt de 31 jaar oude Mommsen hoogleraar in Leipzig. Zijn politieke idealen blijft hij echter trouw Zo wordt Mommsen vanwege zijn protest tegen de onderdrukking van het eenheids- en vrijheidsstreven tot 9 maanden detentie aangeklaagd. Ternauwernood kan hij de gevangenisstraf ontlopen maar niet zijn ontslag door de universiteit. In 1851 moet hij Leipzig verlaten.
Toevlucht vindt hij in Zwitserland en wordt in 1852 in Zürich hoogleraar. Daar begint hij met zijn grootste literaire werk - de »Romeinse geschiedenis«. Tussen 1852 en 1856 verschijnen de eerste drie delen. Ze werden een wereldwijd succes. Het werk treft de nerf van deze tijd. Bij dat alles verliest Mommsen echter niet zijn eigenlijke wetenschappelijke visioen uit het oog. Op 13 Februari 1854 gaf de koning van Pruisen Friedrich Wilhelm IV zijn goedkeuring, het aanlegen van een register van alle Latijnse inscripties zes jaar lang met een jaarlijks bedrag van 2000 daalders te ondersteunen. In 1861 wisselt Mommsen op de leerstoel voor Romeinse geschiedenis in Berlijn.
Mommsen houdt zich daar echter niet alleen met de wetenschap bezig. Zijn leven lang blijft hij ook met de politiek verbonden en is één van de meest prominente woordvoerders tegen het opkomende antisemitisme. Echter bij het ouder worden, besluipt hem een toenemende verbittering vanwege het falen van zijn politieke idealen. Depressies kluisterden hem aan het bed. Hij vindt toevlucht in de literatuur en bij zijn gezin. Kort voor zijn overlijden wordt hij verrast met de bekroning van zijn wetenschappelijke verdiensten: de Nobelprijs voor de »Romeinse geschiedenis«. Theodor Mommsen, de zoon van een evangelische plattelandspastoor is de eerste Duitser, die deze eer ten deel viel. Een »prijs uit de loterij« luidt zijn spottende commentaar. Op 1 November 1903 overlijdt Theodor Mommsen – de jurist, de historicus, de journalist, de liberale denker, de politicus, de dichter, de Nobelprijsdrager, de vader van 16 kinderen en liefdevol echtgenoot van Marie Mommsen. In zijn testament schrijft Mommsen: »Ik heb in mijn leven ondanks mijn zichtbare succes niet het ware bereikt«. Dat zien we nu anders!
De tentoonstelling in het foyer van het museum presenteerde aan tien bureaus het leven en werk van Theodor Mommsen. Het ongewone concept, ontwikkelt in samenwerking met dr. T. Bendikowski en verb, Essen, werd door de Art Directors Club beoordeeld en voor de Designprijs van de bondsrepubliek Duitsland voorgedragen.






