Inhoud midden
Belangrijkste inhoud
.Vondsten en bevindingen
Archeologen spreken graag over »vondsten« en »bevindingen«. Met »vondsten« zijn daarbij de afzonderlijke vondststukken bedoeld. Een »bevinding« beschrijft daarentegen de bijzondere situatie bij het vinden met alle eigenschappen van een bepaalde vindplaats.
Een »bevinding« is bijvoorbeeld een verkleuring in de grond die daardoor ontstond dat op deze plek de steunpalen van een huis verweerden. De »bevinding« kan dus belangrijke inzichten opleveren alhoewel er geen concrete vondsten aanwezig moeten zijn.
Prospectie
Voor de opgraving komt inderdaad de prospectie. Prospectiestechnicus Klaus Fehrs loopt regelmatig over de velden, weiden en door de bossen in de omgeving van Kalkriese en kijkt uit naar antieke overblijfselen. Vooral plaatsen waar veel gevonden is, zijn vaak al lange tijd bekend. Reeds meer dan 300 jaar geleden vonden boeren bij het steken van plaggen op de akkers rond Kalkriese Romeinse munten.
De moderne prospectie beschikt ondertussen over goede hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld metaaldetectors. Hiermee kan men metalen voorwerpen in de grond localiseren maar meestal vindt men modern schroot.
Munten
Sinds het einde van de 17e eeuw vonden boeren talrijke zilveren en gouden munten uit de periode van keizer Augustus. Munten uit edelmetaal zijn - in tegenstelling tot de gecorrodeerde bronzen munten – in de grond goed te herkennen.
Alle gevonden munten uit Kalkriese stammen uit de Romeinse Republiek van de eerste eeuw voor Christus en uit de periode van keizer Augustus. De jongste munten werden al spoedig na 7 n. Chr. met een tegenstempel van Varus voorzien voordat ze aan de soldaten werden uitgegeven. Het is opvallend dat geen van de in Kalkriese gevonden munten na 9 n. Chr. – het tijdstip van de Varusslag – werden geslagen.
De wal
De door graszoden opgestapelde strookbevestiging werd aan de zuidkant – haar achterkant – door een afwateringssloot geflankeerd. Er waren doorgangen en op de kroon van de wal een houten borstwering, zoals paalgaten bewijzen.
Muildieren
Naast paardenbotten zijn er ook botten van muildieren, de last- en trekdieren in de tros van de legioenen. Een van de verongelukte en het door de instortende wal begraven skelet van een muildier droeg een bronzen klokje om de hals. In de nek van een ander muildierskelet werd bij de opgraving nog een klokje gevonden. Deze was met zekerheid met plantmateriaal gevuld. Blijkbaar had men ze provisorisch als kap op de dissel gezet.
De kuilen met botten
In de acht tot nu toe gevonden kuilen zijn menselijke en dierlijke skeletresten door elkaar heen aan te treffen. Zou het hier om de nooddurftige graven gaan die de soldaten van Germanicus in 16 n. Chr. voor hun gevallen kameraden konden delven? Nadat de botten al zes jaar lang niet begraven aan het oppervlakte hadden gelegen, lagen ze zeker niet meer in een anatomisch verband. De bovendien door de Germanen onder leiding van Arminius opnieuw bedreigde Romeinen zochten daarom snel alle herkenbare botten bijelkaar, om tenminste een formele begravenis mogelijk te maken voordat ze zich zelf in veiligheid brachten. Voor overwegingen over de afkomst van de gebeenten was er geen tijd meer.
Bewapening en uitrusting van de soldaten
Moet men niet verwachten dat op een antiek slagveld veel gebroken wapens en het bezit van de gesneuvelden te vinden zou zijn? Nee!
De Germanen hebben – zoals algemeen gebruikelijk - na de slag het terrein grondig afgezocht en geplunderd. Ook de kapotte wapens leverden waardevol metaal voor hergebruik op! Met het bezit van de gedode Romeinen verging het niet anders: Wat de Germanen zelf niet wilden gebruiken, werd als basismateriaal verder verwerkt of als handelsgoed ingezet.
De weinige nu nog te vinden brokstukken van wapens en uitrustingen zijn de plundering alleen door bijzondere omstandigheden ontlopen. Misschien waren ze bij de gevechtshandelingen al in de grond getrapt en zo voor de daarop volgende 2000 jaar niet meer te zien ...
De luxus van de officieren
Dat aan de gevechtshandelingen niet alleen eenvoudige soldaten, maar ook hoograngige officieren hadden deelgenomen, is ondanks de schaarse vondsten heel duidelijk. Als de geldbuidel (met gouden en zilveren munten) het mogelijk maakte, deed men ook in verre landen van Barbaricums geen afstand van de gewaardeerde (stad-)Romeinse luxus!
Van het verzorgde leven van de meer welvarende Romeinen getuigt een bronzen wijnzeef waarmee men kruiden kon zeven, het handvat van een rijk versierde zilveren beker, een zilveren lepel en het fragment van een »millefiori«- dat zijn »duizend-bloemen«-drinkschalen van gekleurd glas, zoals die door de rijken in de Romeinse hoofdstad bij voorkeur werden gekocht. Maar ook een met zilver beslagen en gesneden halfedelstenen versierde zwaardschede kon zich niet iedereen permiteren!









