Inhoud midden
Belangrijkste inhoud
.Nieuwe sporen over de strijd tussen Romeinen en Germanen
Archeologen stellen eerste resultaten van de opgraving voor: tussenbalans over 2000 jaar Varusslag
2000 jaar Varusslag, 20 jaar archeologisch onderzoek – en nog steeds worden er verdere aanwijzingen over de gevechtshandelingen tussen de Romeinen en Germanische strijders in Kalkriese gevonden. Sinds begin juli 2009 vinden weer opgravingen in het Museum en Park Kalkriese plaats. Eerste resultaten van de opgraving van dit jaar stelde de archeologe dr. Susanne Wilbers-Rost op dinsdag, 8. september 2009, in Kalkriese voor: Het materiaal van de als hinderlaag aangelegde wal kon in de bodem worden nagewezen. Bovendien legden de archeologen sporen van het strijdgebeuren vrij en vonden veel indikaties over een nederzetting uit de IJzertijd die in de eeuw voor de Varusslag werd opgegeven. De opgraving duurt nog vermoedelijk tot oktober.
»Wij hebben het verloop van de wal onderzocht en de wal ook in dit gedeelte van het terrein kunnen aantonen«, lichtte dr. Wilbers-Rost toe, zij is de leidster van de archeologie bij de Varusslag in het land van Osnabrück. Het samen gesmolten material van de wal is als een licht bruine, ongeveer tien meter brede en ongeveer 20 cm centimeter hoge strook in de bodem duidelijk te herkennen. Deze door mensen opgeworpen wal is 400 meter lang en stortte volgens bevindingen van de archeologen al gedurende de gewechten gedeelteijk in. Voor de wal hebben archeologen, zoals na de vorige onderzoeken werd vermoed, duidelijk meer vondsten opgedaan dan in het overige opgravingsgebiet.
Gevonden werden bij de opgravingen onder andere twee Romeinse paardetuighangers, munten, veel spijkertjes van sandalen, metalen delen van lansen, een fragment van een glazen oog, zoals ze bij de Romeinen onder andere als meubelversiering werden gebruikt. Vooral echter veel nederzettingssporen uit de Ijzertijd, een vuurplaats, vermoedelijk sporen van palen, alleen meer dan 2000 scherven – puin van een vestiging, die al enige decennia’s voor de Varusslag was opgegeven. De sporen van talrijke in de loop der eeuwen omgevallen bomen maken daarbij het leven van het team van archeologen zwaar: Zij hebben met hun wortels het aardrijk meegesleept en alles ondersteboven gegooid. Desondanks is voor de archeologen juist dit deel bijzonder belangrijk voor de inzichten over het slagveld. »Wij moeten over de nederzettingsstructuur van de Germanen in deze regio meer te weten komen, om de opmars van de Romeinen te kunnen begrijpen«, zo dr. Wilbers-Rost, »het onderzoek is echter een langdurige aangelegenheid, omdat er daarover tot nu toe weinig vergelijkbaar materiaal aanwezig is. Uitgebreide onderzoeken op verschillende plaatsen zouden noodzakelijk zijn.«
Talrijke vrijwilligers hebben ook in deze zomer weer bij de opgravingen geholpen. Daaronder 20 jonge mensen uit verschillende landen, die bij het door de Werner-Egerland-Stichting ondersteunde Europese opgravingskamp met de archeologie kennis maakten en een toegang vonden tot de geschiedenis en het heden in het tegenwoordige Europa.
Slechts één ding hebben de opgravingen in Kalkriese ook in dit jaar niet opgeleverd: de preciese datum van de gevechtshandelingen tussen Romeinen en Germanen. Eén dag is net zo min overgeleverd dan een maand. Historische bronnen en wetenschappelijke bevindingen doen veronderstellen, dat de Varusslag in herfst plaats heeft gevonden. Alleen zo veel is zeker: Het was in het jaar 9 na Christus.



