2000 jaar Varusslag -

Inhoud midden

Belangrijkste inhoud

.

2000 jaar Varusslag

20 jaar opgravingen in Kalkriese

 

Direct na afloop van de grote manifestaies in het Museumspark begon de opgravingscampagne in 2009. Op 23 juni, nog tijdens het opbouwen van tribunes en tenten, kwam de dragline van de firma Schröder uit Venne met de machinist Heinrich …, om twee nieuwe opgravingsarealen   Grabung 2009 Bagger voor de opgraving voor te bereiden: één westelijk van het »landschapsareaal«, dat direct in het noorden aan een opgraving uit de jaren 1992/93 aansluit, en één bij het vermoedelijk verloop van de wal, iets verder naar het zuidwesten. Terwijl het grotere areaal (sector 47) in het voorterrein van de wal daartoe diende, de spreiding van de Romeinse vondsten, maar ook de sporen van een reeds in het begin van de jaren 1990 ontdekte nederzetting uit de Voorromeinse IJzertijd te onderzoeken, zou het opgravingsareaal in het voorterrein van de wal (sector 46), waarvan het preciese verloop alsmede de verspreiding en de geaardheid van de Romeinse vondsten in deze opgravingssector van het strijdgebied is te bepalen. Het opgegraven gebied heeft een omvang van bijna 1000 m² en is daarmee groter dan de opgravingsarealen van de laatste jaren: het grote aantal van meer dan 140 vrijwilligers en studentassistenten heeft dit mogelijk gemaakt.

  Grabung 2009 Helfer Na het verwijderen van het middeleeuwse esdek, dat ook in dit deel van het preceel »Oberesch« meer dan een halve meter dik is, met een dragline, waarbij al enige Romeinse vondsten met een metaaldetector werden ontdekt, kwamen de lichamelijke werkzaamheden: vier maanden lang instrueerden de opgravingstechnicus Axel Thiele, de prospectietechnicus Klaus Fehrs en de opgravingsmedewerker Johannes Füchtenbusch, gesteund door enige ervaren studenten, de helpers bij het scheppen, zeven en snijden van vondsten, zodat de terreinwerkzaamheden in beide sectoren op tijd voor de winter na de documentatie van de profielen en de bevindingen konden worden afgesloten.

De sector 47 was door talrijke kuilen van omgevallen bomen gestoord, daarom waren in het préhistorische nederzettingsareaal slechts weinig bevindingen – enkele posten, een stookplaats en enige aangelegde voorraadskuilen – na te wijzen. Op bewoning van het terrein in de jonge Voorromeinse IJzertijd duiden echter meer dan 2000 fragmenten van keramisch vaatwerk, die alleen in dit jaar werden ontdekt; de nederzetting was al enige decennia’s voor de slag verlaten. Bovendien duiden enkele oudere scherven en fijn bewerkte vuursteenen pijlpunten daarop, dat de nederzetting tegen het einde van de jonge Steentijd nog was bewoond. De aanwezigheid van de mensen, al tegen het einde van de Oude Steentijd (ca. 10000 v.Chr.), wordt door een vuurstenen steelpunt bewezen. Veel van de kleine vuursteenartefacten zijn de oplettendheid van de vrijwilligers bij het zeven van het zand te verdanken.

  Grabung 2009 Fundstueck Dit geldt ook voor enige kleinere metalen vondsten, die met de metaaldetector niet konden worden opgespoord, omdat ze helemaal waren doorgeroest; bijvoorbeeld bevond zich daar een drievleugelige ijzeren pijlpunt die tot het nalatenschap van de gevechten tussen de Germanen en de Romeinen is te rekenen. De meeste Romeinse metalen vondsten kwamen echter bij het laagje voor laagje verwijderen van de bodem en bij het afzoeken met de detector te voorschijn: zilveren en koperen munten, meerdere fibula’s, hangers van paardentuig, gespen, siernagels en veel spijkertjes van de sandalen van de soldaten, bovendien sterk verroeste ijzeren delen – daaronder vermoedelijk ook projectielpunten en lansschoenen, pilumbeslagringen en ringen –,de restauratie moet echter nog worden afgewacht. Enige afzonderlijk gevonden tanden van paarden of muildieren zijn vermoedelijk eveneens met het gevechtsgebeuren in verbinding te brengen. Of ook kleine verbrande fragmenten van botten, die in sector 47 op één plaats geconcentreerd voorkwamen met de slag in verbinding zijn te brengen of wel – als afval van voedsel of aanwijzingen op bijzettingen – met de préhistorische bewoning, laat zich pas na verder natuurwetenschappelijk onderzoek van de botten ophelderen.

  Grabung 2009 Befund Zeer veel duidelijker dan de bevindingen in sector 47 waren die in sector 46, want ze laten zien, dat de tot dusver geldige reconstructie van het verloop van de wal correct was. Het walmateriaal was nog ongeveer 20 cm hoog behouden gebleven en precies daar te herkennen, waar tot nu toe de wal slechts kon worden vermoed. De oriëntering van het noordoosten naar het zuidwesten werd niet alleen door het walmateriaal duidelijk maar ook door de reeds van andere walsectoren bekende drainagegreppel, die parallel aan de zuidkant van de wal verliep. De gracht was overwegend met het materiaal van de na de slag ingestorte wal gedempt; ook in dit gedeelte van de gracht bevonden zich voorwerpen van de Romeinse militaire uitrusting.
 

  Grabung 2009 Besucher Verscheidene congressen in de nazomer (het congres in Osnabrück, het congres van het Noordwestduitse Verband voor het Oudheidkundigonderzoek in Detmold, het treffen van opgravingstechnici uit Nedersaksen en aangrenzende gebieden) bood gelegenheid, deze interessante bevindingen de vakcollega’s in het terrein onder het oog te brengen. Bovendien combineerden veel docenten en studenten in de archeologie en geschiedenis van Duitse en buitenlandse universiteiten de excursies met het bezoek van de tentoonstellingen in Detmold, Haltern en Kalkriese met de kans, zich ter plekke over de actuele opgravingsresultaten te informieren en de in Kalkriese ontwikkelde onderzoeksmethoden van de archeologie van het slagveld te discussiëren. De belangstelling van het opgravingsteam richtte zich evenwel ook tot de archeologische leken: In de periode van juli tot oktober werden elke werkdag van 12.00 tot 12.30 uur in de opgravingssector de lopende archeologische opgravingen en hun voortgang het belangstellende publiek toegelicht. De weerklank was onverwachts groot en de nieuwsgierigheid van de bezoekers maakten het voor Klaus Fehrs en Axel Thiele, die zich bij deze opgave elkaar afwisselden, vaak moeilijk het vragenuurtje te beëindigen en naar de werkzaamheden in het opgravingsgebied terug te keren.  
 

  Grabung 2009 Regen Voor het opgravingsteam, vooral voor de vrijwillige opgravingsmedewerkers, waren de werkomstandigheden in deze zomer bij hitte enerzijds en sterke regen anderzijds echter zeer vermoeiend. Desondanks hebben de medewerkers veel plezier aan deze voor de meeste van hen ongewone lichamelijke inzet niet laten nemen en de werkzaamheden onvermoeibaar bevorderd. Dat ze het plezier aan deze werkzaamheden niet hebben verloren, blijkt ook uit de talrijke vooraanmeldingen, die al voor de volgende opgravingscampagne zijn binnen gekomen. 

Het Kalkriese-team keert nu eerst weer terug naar de bureaus, niet alleen om de kaarten van de laatste opgravingssectoren verder uit te werken en de vondsten in de magazijnen op te slaan, maar vooral om een publicatie met de resultaten van de evaluatie van de laatsten jaren voor te bereiden. De centrale vraag van deze werkzaamheden is, op welk tijdstip de verschillende sectoren van de wal zijn ingestort of verwoest: al tijdens de gevechtshandelingen of eerst in de loop der tijden door natuurlijke erosie.


De opgravingen van dit jaar hebben daartoe bijgedragen, de gebeurtenissen op de Oberesch na twintigjarig onderzoek nog beter te kunnen beoordelen. Toekomstig archeologisch onderzoek moet zich nog meer dan tot nu toe met de andere opgravingssectoren in het zeer grote strijdgebied met een omvang van meer dan 30 km2 bezig houden.


.

xxnoxx_zaehler

.

xxnoxx_zaehler