Font size

Opgravingstechniek in Kalkriese

Het werk van de opgravingstechnicus omvat de planning, technische leiding en uitvoering van de archeologische opgraving of prospectie en de documentatie.
De opgraving leidt uiteindelijk tot een »gecontroleerde« verstoring van de te onderzoeken oppervlakten, waarbij met uiterste zorgvuldigheid te werk moet worden gegaan. De behandeling en documentatie en de berging van de vondsten vormen de basis voor de wetenschappelijke analyse en een succesvolle restauratie.

Opgravingen in Kalkriese

Voor onze opgravingen op de Oberesch betekent dit, dat de bovenste laag, de tot een meter dikke plaggenbodem, eerst met een bagger moet worden afgegraven. Zodra we het niveau bereikt hebben waarover de mensen zich 2000 jaar geleden hebben verplaatst, wordt er vervolgens in dunne lagen, met een schep, verder gewerkt. Voor elke afgraving wordt het te bewerken terrein met een metaaldetector afgezocht. Van alle vondsten worden de exacte coördinaten en waarden gemeten, zorgvuldig geborgen en later in een ontwerp weergegeven. Ondanks alle zorgvuldigheid kan het gebeuren dat bijzonder kleine voorwerpen, of metaal dat in zeer slechte staat is, over het hoofd worden gezien. Daarom wordt de uitgraving nog een keer gezeefd. Zo kunnen we er zeker van zijn, dat geen vondst ons ontglipt.

Wanneer er in de uitgegraven vlakte verkleuringen zichtbaar worden, wordt de bodem zorgvuldig, millimeter voor millimeter, met scheppen »uitgekamd«, zodat alle gekleurde, of vanwege de structuur opvallende kenmerken, duidelijk zichtbaar worden en fotografisch kunnen worden gedocumenteerd. De opmeting vindt plaats met een elektronische tachymeter. De ontwerpen die hierdoor ontstaan vormen de basis voor de latere analyse en de totale beschrijving van de vondsten. Bij de opgraving moeten alle vondsten nog »geschaafd« worden, om naast een plattegrond ook een, bij grotere vondsten meerdere, profiel(en) te verkrijgen. De documentatie verloopt daarbij zoals bij de uitgraving. Samen vormen ze een beeld van de constructie en functie van de vondsten.

Het werk van de opgravingstechnicus en assistenten beperkt zich niet alleen tot het veldwerk. De vondsten moeten worden schoongemaakt, gelabeld, verpakt en opgeslagen. Alle informatie wordt opgeslagen in een database. De foto’s worden uitgezocht en gearchiveerd, net als de opgravingsplattegronden en tekeningen. Aansluitend volgt er een tijdrovend analyseproces, dat normaalgesproken minstens net zo veel tijd kost als de opgraving zelf.