Font size

Tentoonstellingen in terugblik

In April 2002 werd het museum geopend. Samen met onze fictieve speurder Stahnke gingen de bezoekers in de toenmalige permanente tentoonstelling nog op »speurtocht«.

Zeven jaar later werd een eerste punt achter het speuronderzoek gezet. De in Mei 2009 geopende nieuwe permanente tentoonstelling maakte voor het eerst een balans op, geeft een overzicht van 20 jaar archeologisch onderzoek in Kalkriese en legt alle feiten op tafel. Nadere informatie hierover vindt u onder het menu-punt »tentoonstelling over de Varusslag«.

Tussen 2002 en 2007 werden er meerdere bijzondere tentoonstellingen vertoond. Vanwege het gebrek aan passende ruimtes vonden deze in het park, in het foyer en in de toren plaats – steeds een beetje geïmproviseerd, maar daarvoor toch ongewoon en origineel. Dat vond ook de Art Directors Club, die onze bijzondere tentoonstelling over Theodor Mommsen in 2003 met een onderscheiding bekroonde.

Sinds 2009 bestaat het bezoekerscentrum. In de toekomst zullen de bijzondere tentoonstellingen in een 450 m2 grote ruimte in de bovenverdieping worden vertoond. Het begin werd in 2009 met »conflict« gemaakt – een tentoonstelling over oorlogen en conflicten in de Germaanse wereld met hun gevolgen.

Meer informatie over onze tentoonstellingen sinds 2002 vindt u hier in »terugblik«.

ICH GERMANICUS! Feldherr - Priester - Superstar

Eine schillernde Persönlichkeit und die Jahre nach der Varusschlacht

Vom 20. Juni 2015 bis 1. November 2015 widmeten Museum und Park Kalkriese dem Feldherrn Germanicus eine große Sonderausstellung mit internationalen Leihgaben. Der designierte Nachfolger des Kaisers Tiberius sollte als neuer Oberbefehlshaber nach der Varusschlacht »aufräumen« und die endgültige Eroberung Germaniens bewerkstelligen.

Die Ausstellung  vollzog diese sogenannten Rachefeldzüge nach. Zugleich zeichnete sie das Bild einer schillernden und prominenten Persönlichkeit und die familiären Verbindung des designierten Thronfolgers Germanicus nach. Die Schau vereinte Leihgaben aus Häusern wie dem Louvre und dem British Museum mit Grabungsfunden aus Kalkriese, allen voran den Knochengruben, die als das einzige bekannte archäologische Indiz der Germanicusfeldzüge gelten.

Neben einem abwechslungsreichen Führungs- und Vortragsprogramm wurde die Veranstaltung von einem wissenschaftlichen Symposium begleitet. Auf Einladung des Varusschlacht-Museums, der Universität Osnabrück und der niedersächsischen Landesarchäologie diskutierten Wissenschaftler aus Deutschland, Österreich, der Schweiz und den Niederlanden Probleme und Strategien zur archäologischen Erforschung des „Germanicus-Horizonts“.

 
Die Ausstellung wurde gefördert von

... und zahlreichen Exponatpaten, die die uns bei den Kosten für die Transporte der internationalen Leihgaben unterstützt haben!

Mumien – Reise in die Unsterblichkeit

Sonderausstellung führte in die Welt des Alten Ägyptens

Vom 10. Mai bis 5. Oktober 2014 präsentierte Museum und Park Kalkriese die Sonderschau »Mumien – Reise in die Unsterblichkeit«. 80 Originalexponate aus dem Ägyptischen Museum in Florenz eröffneten Einblicke in die religiösen Jenseitsvorstellungen im Alten Ägypten.

Als wichtigste archäologische Quelle für das Verständnis der rätselhaften Götterwelt dienen die prachtvoll ausgestatteten Gräber. Bis heute zeigen die faszinierenden Fundstücke den Alltag, das Leben und die Glaubensvorstellungen der Ägypter. Im Mittelpunkt der hochkarätigen Ausstellung standen das religiöse Konzept des Jenseits, die aufwändigen Bestattungen und die Prozesse der Balsamierung und Mumifizierung in den rund drei Jahrtausenden vor Christus.

Ein Programm mit Führungen, Kinderangeboten und Vorträgen begleitete die Sonderausstellung in Museum und Park Kalkriese. Die Wanderausstellung wurde von expona museum exhibition network (Bozen) und Contemporanea Progetti (Florenz) in Zusammenarbeit mit dem Ägyptischen Museum in Florenz realisiert.

 

 

Gladiatoren – dood en triomf in het Colosseum

Van 8 juni tot en met 13 oktober presenteert de Varusslag in het Osnabrücker Land de wisselende tentoonstelling „Gladiatoren – dood en triomf in het Colosseum”. Deze prominente tentoonstelling belicht het dagelijks leven en de strijdcultuur van de gladiatoren in het Colosseum van Rome. De tentoonstellingsruimte is 500 m² groot en heeft een indrukwekkende coulisse. Bijzondere objecten, die voor het eerst buiten Italië te zien zijn, geven een levendig beeld over de mythe en de levenswijze van deze strijders.  Ook zijn er verschillende informatietafels.

De tentoonstelling in het Museum en Park Kalkriese brengt de bezoekers terug naar de jaren 70 tot 80 na Chr. – het begin van de bouw en de eerste gevechten in het Colosseum. Gladiatorengevechten hadden dan wel eerder plaatsgevonden, maar met de bouw van het Colosseum werden de bloederige toernooien en duellen een eerbetuiging aan de enscenering van het Romeinse Rijk. In deze tentoonstelling wordt ook het Colosseum belicht. Het grootste bouwwerk uit die tijd was niet alleen architectonisch zeer imposant, maar vervulde ook een belangrijke functie voor de gladiatorengevechten. Bovendien was het Colosseum een politiek symbool dat de hiërarchische structuur van de maatschappij weerspiegelde. Het gebouw is nog altijd een toonbeeld voor de moderne stadia. Alle sociale lagen van de bevolking integreerden en iedereen kreeg het gevoel persoonlijk betrokken te zijn bij het doorslaggevende moment in de arena – het antwoord op de vraag naar leven of dood. De originele bouwfragmenten, die voor het eerst buiten Italië worden getoond, geven een concreet beeld van het antieke bouwwerk.

Wie waren de bejubelde beroepsstrijders nu echt? En hoe zag het dagelijks leven in de gladiatorenschool eruit? De verschillende vitrines met informatie over het leven van de gladiatoren geven antwoord op deze vragen. Tijdens een rondleiding ontdekken de bezoekers dat de gladiatoren zich vaak hadden gespecialiseerd in een bepaald soort wapen en dat de gladiator volgens strenge regels leefde. De bloederige strijden werden goed voorbereid en niet aan het toeval overgelaten. Zeer gedisciplineerd trainden de topatleten hun uithoudingsvermogen, kracht en vaardigheden. Daarbij was een gladiator niet alleen een strijder, maar verwezenlijkte hij ook een rol. De tegenstander stond altijd vast: de Retarius. Bewapend met drietand, net en dolk streed de Retarius altijd tegen de Secutor, die al vechtend met zwaard, schild en zware helm aantrad.

Indrukwekkende objecten en informatietafels laten zien hoe slaven, gevangenen en verstotenen zich ontpopten als gladiatoren – de mythe van de superhelden, die zich vrijwillig in de arena stortten, wordt hier kritisch onder de loep genomen. De meeste strijders kozen dus niet vrijwillig voor dit lot en werden zelden ouder dan 20 jaar: ondanks de relatief goede voeding en medische verzorging kwamen er maar weinig onbeschadigd uit de strijd. Vrijwel geen een gladiator bereikte roem, aanzien of zelfs welvaart.

De tentoonstelling is samengesteld door Dr. Rosella Rea, directrice van het Colosseum in Rome. De geleende voorwerpen zijn afkomstig van het Museo Archeologica Nazionali Napoli, uit het Museo Civico Archeologico di Bologna en uit het Colosseo Roma, Museo Civico Archeologico di Roma. Een helm en scheenplaten uit Napels zijn een van de pronkstukken. Wereldwijd zijn er nauwelijks meer dan tien gladiatorenhelmen overgebleven uit de oudheid. Een originele helm uit Napels zal vanaf juni in Kalkriese te zien zijn. De vormgeving van de tentoonstelling werd gerealiseerd door het Museum Exhibition Network Expona in samenwerking met het Contemporanea Progetti.

 
 
 

Moord in het Stenen Tijdperk. Plaats delict Talheim

Speciale tentoonstelling van 17 September 2011 tot 8 Januari 2012
Onderzoek door archeologen en forensisch-medische experts

In 1983 trof de heer T. te S. in zijn tuin 34 skeletten aan. Archeologen, antropologen en forensisch-medische experts begonnen een onderzoek. Het voert ze 7000 jaar terug in de tijd: midden in het Stenen Tijdperk. Was er sprake van een ongeval, een ongeluk of moord? Met de modernste methoden weten de onderzoekers de gebeurtenis (een misdaad!) te ontrafelen. De tentoonstelling toont de meest actuele onderzoeksresultaten van het plaats delict Talheim en geeft inzicht in het leven en de alledaagse gang van zaken tijdens de Neolithische periode.

Een tentoonstelling in samenwerking met de Städtischen Museen Heilbronn en het Landesamt voor behoud van historisch erfgoed van de Regionale Raad Stuttgart.

Een hemel op aarde – Het geheim van de hemelschijf van Nebra

Van 20 November 2010 tot 10 April 2011 presenteert de »VARUSSCHLACHT im Osnabrücker Land« de rondtrekkende tentoonstelling »Een hemel op aarde – Het geheim van de hemelschijf van Nebra« in de raadselachtige wereld van onze voorouders.

De hemelschijf van Nebra vertoont de wereldwijd oudste concrete afbeelding van astronomische verschijnselen, die men nu ook nog kent. De met gouden elementen gevormde bronzen schijf werd 1999 op de Mittelberg in Wangen bij Nebra in het zuiden van Saksen-Anhalt door zogenaamde roofgravers gevonden. De spectaculaire odyssee van de hemelsschijf door de handen van handelaars en helers tot in het Landesmuseum van Saksen-Anhalt is net zo spannend dan de eigenlijke kennis over deze unieke archeologische vondst, die 3600 jaar geleden samen met waardevol wapentuig, sieraden en werktuigen, die op de top van de Mittelberg bij Nebra in Saksen-Anhalt werden neergelegd.

De rondtrekkende tentoonstelling »Een hemel op aarde – Het geheim van de hemelschijf van Nebra« laat het wereldbeeld van de mensen van ongeveer 3600 jaar geleden zien. 16 stations geven inzicht in de godsdienstigheid, de gewoonten en het sociale bestel, in de handwerkskunst en handelsbetrekkingen van de mensen rond 1600 v. Chr. en maken analysemethoden begrijpelijk, waarmee archeologen en natuurwetenschappers deze geheimzinnige afbeelding van de wereld in de Bronstijd ontsleutelen.

»Een hemel op aarde – Het geheim van de hemelschijf van Nebra« is een rondtrekkende tentoonstelling van het Landesamt voor Monumentenzorg en Archeologie van Saksen-Anhalt/Landesmuseum voor préhistorie Halle. De »VARUSSCHLACHT im Osnabrücker Land« presenteert de rondtrekkende tentoonstelling in het kader van de samenwerking met de stad Osnabrück, het museum am Schölerberg en zijn planetarium. De rondtrekkende tentoonstelling in Museum en Park Kalkriese wordt door de Duni GmbH, Bramsche, gesteund.

MARCUS CAELIUS – Dood in de Varusslag

Bijzondere tentoonstelling 7 maart tot 11 juli 2010

De Romeinse centurion Marcus Caelius heeft in de jarenlange dienst bij de legioenen reeds veel meegemaakt.

Voor zijn moed en zijn dapperheid in de strijd was hij veelvuldig onderscheiden. Doch als hij in 9 n. Chr. aan de veldtocht van Varus diep in de Germaanse bossen in het gebied rechts van de Rijn deelnam, waren alle ervaringen tevergeefs …

Centraal staat in de tentoonstelling het enige aantoonbare archeologische getuigenis van een gesneuvelde in de Varusslag – de grafsteen van Marcus Caelius.

»Hij viel in de Varusoorlog«, luidt de inscriptie op de in 1620 bij Xanten gevonden steen. Het stoffelijke overschot van Marcus Caelius werd nooit gevonden.

KONFLIKT

Bijzondere tentoonstelling 5-5-2009 tot 10-1-2010

Welke rol speelden oorlog en conflict in de Germaanse wereld na de Varusslag? Dat is de centrale vraag van de bijzondere tentoonstelling. Aan de hand van buitengewone exponaten presenteert ze een beeld rijk aan facetten over de Germanen en schetst de weg van Germaanse strijders aan het begin van de christelijke jaartelling tot de Germaanse heersers van de 5e eeuw. Oorlog en conflict speelden bij deze ontwikkeling een beslissende rol. Vooral hierdoor kwam het in de vijf eeuwen na de Varusslag tot ingrijpende veranderingen. Het Imperium Romanum verloor zienderogen aan invloed. In Germanië daarentegen ontwikkelden zich geleidelijk maatschappelijke krachten, die op de leiding aanspraak maakten en iets later ook het politieke lot van de Romeinse wereld zouden bepalen.

Wat bewoog dus de Germanen na de Varusslag nogmaals de confrontatie met de desalnietemin in militair opzicht overlegen Romeinen te zoeken? Het antwoord is in Germanië te vinden: Het ging om de macht. Echter wie naar macht streeft, heeft een groot gevolg van strijdvaardige mannen nodig. En om een dergelijk gevolg duurzaam aan zich te binden, had men aanzienlijke middelen nodig, uiteindelijk moesten de aanhangers worden verzorgd en voor een goede stemming worden gezorgd. In Germanië konden de hiervoor benodigde middelen niet worden opgebracht, rooftochten waren daar veelbelovender – zo geraakte de welvarende buur in het zuiden nogmaals in het gezichtsveld van de Germanen.

De aanvallen richtten zich echter niet alleen tegen de Romeinse buren. Van de 3e tot de 5e eeuw ontstelden oorlogen het westelijke Oostzeegebied. Waar machtsstructuren eerst nog moesten ontstaan, moest het onvermijdelijk tot conflicten komen. Met duizenden tegelijk werden de wapens en uitrusting van de overwonnenen in de meren verzonken. Eerst door archeologische opgravingen werden ze aan het licht gebracht. Ze leveren ons nu gedetailleerde inzichten van de bewapening en de opbouw van de Germaanse gevechtseenheden.

In de loop van de eeuwen werden de oorlogszuchtige conflicten steeds professioneler gevoerd. Als huurling in het Romeinese leger verwierven de Germanen veelomvattende kennis, enige maakten carrière stegen zelfs op tot hoge officieren en veldheren – daarmee kregen ze verstrekkende kennis over de Romeinse militaire technieken, logistiek en administratie. Vanaf de 5e eeuw ontstonden op het Romeinse territorium de eerste Germaanse koninkrijken. De vroegere »barbaren« namen de erfenis van Rome over, en de weelderige gouden uitvoering van de graven van hun koningen laat nauwelijks twijfel opkomen aan de door hen belichaamde aanspraak op de macht. Daarmee trekt de bijzondere tentoonstelling ook het traditionele beeld over de Germanen in twijfel. De Germaanse strijders, al te vaak als een ruige barbaar met een schoudermantel van huiden en een helm met hoornen al verbeterend verslechterd, verschijnt aanvankelijk als avonturier en als geluksridder maar tegen het einde uiteindelijk als een gewiekste en uitgekookte »homo politicus«.

Waarom oorlog?

Meneer Stahnke en het raadsel van het katapultlood

Tentoonstelling over de Varusslag van April 2002 tot Januari 2009

In het middelpunt van de tentoonstelling stond de ontdekking van de Varusslag: een crimminele speurtocht en een wetenschappelijk proces, dat slechts op indicaties berustte. Deze hoofdideëen vertolkte de fictive archeologische detectief »meneer Stahnke«, die met korte teksten de rode draad door het labyrinth van het onderzoek legde. Stahnke vroeg, gaf commentaar, speculeerde en nodigde de bezoekers uit hieraan actief deel te nemen. Wat betekende het Romeinse katapultlood en wat is hier 2000 jaar geleden werkelijk gebeurd, zo luidden zijn vragen.

De eerste stap van het onderzoek voerde de bezoeker in de bibliotheek en Stahnke werd duidelijk, dat »te veel tips het iemand veel moeilijker maakt dan geen enkele. Op 700 plaatsen werd de Varusslag al vermoed … dan maakt men zich met elke verdere voorstel immers alleen belachelijk«.  Maar Stahnke liet zich niet ontmoedigen: »De collega’s hebben gelacht. Dat kon ik hun niet kwalijk nemen. Zie ons nog daar staan – weiden en akkers zover het oog reikt en niets in de hand dan een paar loodklontjes en een paar fikse ideëen. Ons besluit stond echter vast: Wij graven. Later heeft niemand meer gelacht.« Daarmee begon de eigenlijke speurtocht. Zij voerde door de opgraving, door het labartorium, door de aangrenzende natuur, door het muntenkabinet, door de geschiedenis en uiteindelijk door »de engte«. De gespleten schedels en beenderen alsmede de ontelbare, soms sterk vernielde vondsten leverden waardevolle informatie, echter ze maakten vooral de onbegrijpelijke omvang van gene tragedie duidelijk, die zich 2000 jaar geleden in de engte bij de Kalkrieser Berg afspeelde.

Arminius – een Cherusk wordt nationale held

Voor Stahnke was de zaak duidekijk, slechts één vraag was nog niet beantwoord: »Arminius had Rome veel te verdanken: zijn opvoeding, zijn kunnen, zijn carriere. En dan legt uitgerekend hij deze hinderlaag. Is zo’n iemand een held? Een bevrijder? Een verrader? « Stahnke begon opnieuw te zoeken. Indicaties zijn er genoeg. Sinds eeuwen bevleugelde de Germaanse held de fantasie en avanceerde in de 19e eeuw zelfs tot de Duitse nationale held. Arminius eigenlijke karakter bleef verborgen. Hij was steeds zo zoals men hem nodig had – dapper, moedig, onverschrokken en uiteindelijk vertwijfeld. Toen hij in de inscenering van Claus Peymanns de »Hermannslag« van Kleist met de laatste kracht het zwaard hief, bestond er inderdaad nauwelijks twijfel: zijn tijd was afgelopen. En wat zou er gebeurd zijn, als Varus zou hebben gewonnen? – met ongewone vragen en antwoorden eindigde deze korte film de speurtocht naar de Varusslag in Kalkriese.

Over de tentoonstelling

De tentoonstelling presenteerde op 600 m2 meer dan 3000 archeologische vondsten, daaronder ook het glansstuk van de verzameling – het Romeinse masker van een gezichtshelm. Concept en omzetting werden door Intégral Concept, Paris; Jangled Nerves, Stuttgart, Media Content Hamburg, Art Studio Babelsberg, Potsdam; Médicis, Lyon; Peter Gerdes, Leer; en alle medewerkers van de »VARUSSLAG in het land van Osnabrück – Museum en Park Kalkriese GmbH« uitgevoerd. De cursief gedrukte teksten werden van de tentoonstelling overgenomen.

2005 ontving de »VARUSSLAG in het land van Osnabrück – Museum en Park Kalkriese GmbH « de European Union Prize for Cultural Heritage in de categorie archeologische sites, de »Nobelprijs voor de monumentenzorg«. De prijs waardeerde de vermenging van wetenschap, architectuur, landschap, museale presentatie en populaire bemiddeling. »Voor de didactische en innovatieve interpretatie van een antiek slagveld, dat beslissend was voor het verloop van de Europese geschiedenis en voor het behoud en de onsleuteling van zijn minimalistische sporen door een interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek.« – zo formuleerde Europa Nostra in verkorte vorm de Laudatio voor de European Heritage Award 2005.

Inkt, teksten, Tacitus

gesproken - geschreven - gedrukt
Hoe men over de Varusslag te spreken kwam ...

Bijzondere tentoonstelling 23 april 2007 tot eind oktober 2008

Enkele jaren na de vernietigende nederlaag van 9 n. Chr. bereikten Romeinse legionairs opnieuw het strijdtoneel van de Varusslag: »En nu betraden zij de plaats van het ongeluk, afschuwelijk om aan te zien en vol van verschrikkelijke herinneringen«. In zijn annalen hield de Romeinse geschiedschrijver Cornelius Tacitus dit historisch moment aanschouwelijk vast. Tot op vandaag is deze tekstpassage één van de sleutelscenes voor de historische beschouwing van de Varusslag.

Dat wij deze tekst vandaag nog in de hand kunnen houden, is inderdaad puur geluk of anders gezegd: een cadeau van de geschiedenis. Want slechts weinig antieke teksten hebben de weg naar het heden gevonden.

Ausstellung De bijzondere tentoonstelling stelt de centrale literaire bronnen over de Varusslag in het middelpunt en vertelt de geschiedenis over een cultuurtechniek die voor ons zo vanzelfsprekend is dat wij ze eigenlijk te weinig waarderen: de geschiedenis van het schrijven en van de boeken.

Samen met de bijzondere tentoonstelling bieden een rondleiding, het museumpedagogische programma »de gestolen schrift« en de themadagen meer informatie over het jaarthema 2007 »inkt, teksten, Tacitus«.

Kalkriese – 15 jaar archeologie

Bijzondere tentoonstelling 2005

Als Tony Clunn in 1987 in de bodem bij Kalkriese Romeinse munten aantrof, dacht nog niemand aan het feit, welke gevolgen dit zou kunnen hebben. Nieuwsgierig geworden, zetten Clunn en de archeologen van de stad- en kreisarcheologie van Osnabrück de zoektocht voort en vonden in de jaren daarna datgene, dat het begin was van een sensationele ontdekking: drie Romeinse looden klompen voor katapulten. Deze vondsten leverden het bewijs, dat bijna 2000 jaar geleden Romeinse troepen door Kalkriese moeten zijn gemarcheerd. Weliswaar had de beroemde historicus Theodor Mommsen al de legendaire slag Varusslag op deze plaats vermoed, zonder echter hiervoor »overtuigende« aanwijzingen over de militaire aanwezigheid van de Romeinen aan te kunnen tonen.

Na eerste vooronderzoeken viel in de herfst van 1989 het startschot voor het systematisch archeologisch onderzoek in de Kalkrieser-Niewedder laagvlakte. Slechts enkele maanden later werd het gezichtsmasker van een Romeinse ruiterhelm geborgen, enige tijd later het eerste deelstuk van de wal. Stap voor stap begaven de archeologen zich op de speurtocht naar het verleden.

Enkele jaren later groeiden de opgravingen in Kalkriese uit tot een erkend onderzoeksproject met een eigen museum en park – in 2005 dus reden genoeg om na ongeveer 15 jaar op het begin terug te blikken en het ontwikkelingsproces van dit buitengewone project in een bijzondere tentoonstelling »Kalkriese – 15 jaar archeologie« de revue te laten passeren.

De tentoonstelling wordt gepresenteerd in de toren en het park van het museum. 11 thematische staties op drie verdiepingen gaven de betrachter een uitvoerig overzicht over de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek, de belangrijkste ontdekkingen en vonsten en over de ontwikkeling tot museumspark. 

Voortgezet werd de presentatie in het park. In het middelpunt stond het thema »archeologie«. Wat ist archeologie? Sinds wanneer is er sprake van »archeologie«? Wat hebben reuzen met hunnebedden te maken? Hoe worden archeologische vondsten ontdekt? Waarom gaan archeologen vaak de lucht in? Hoezo ergeren zich niet alleen gardeniers maar ook archeologen over mollen? Hoe kan men met bomen dateren? Wat doen archeologen in de winter? Wat gebeurt er na de opgraving met de vondsten? Wat hebben oudpapier en een VW-Golf met archeologie te maken? Waarom is »2009« een bijzonder jaar?
17 staties houden zich bezig met de geschiedenis van het archeologisch onderzoek, presenteren oude en nieuwe opgravingstechnieken, lichten natuurwetenschappelijke methoden en hun interpretatiemogelijkheden toe en laten zien welke procédéres in Kalkriese worden ingezet.

Theodor Mommsen

Bijzondere tentoonstelling over de 100ste sterfdag van de literatuurnobelprijsdrager

»Wat ik geweest ben, of had kunnen zijn, gaat de mensen niets aan« – dit legde Theodor Mommsen zo in 1899 in zijn testament vast, vier jaar voor zijn dood. De laatste wil van een mens zou men eigenlijk moeten respecteren … maar met alle respect: Het gaat ons toch wat aan, wat en hoe Theodor Mommsen is geweest. En dat niet alleen, omdat hij als erkend wetenschapper al in 1885 naar gelang van Romeinse muntvondsten de Varusslag in Kalkriese localiseerde, maar ook omdat hij als nauwelijks een andere Duitse historicus een stempel op zijn vakgebied en zijn tijd drukte, hij in 1902 als »grootste nog levende meester van de historische beschrijving« met de Nobelprijs voor de literatuur werd geëerd en omdat op 1 november zijn 100ste sterfdag is.

Reden genoeg dus, om aan deze persoonlijkheid, die al tijdens zijn leven als de »geestelijke wereldmacht van de 19de eeuw« gold, een bijzondere tentoonstelling te wijden. Uitgestippeld was zijn levensweg niet: Theodor Mommsen werd op 30-11-1817 in eenvoudige verhoudingen geboren. De vader, een evangelische plattelandspastoor, had grote moeite zijn gezin te verzorgen en onderwees daarom zelf zijn zonen Theodor und Tycho. Scholing speelde in het liberale ouderlijk huis een centrale rol. Goed opgeleid gaat Mommsen in 1834 naar het koninklijke Christianeum in Altona. Deze school kon hem echter niet enthousiast maken – als »galeienslavenwerk« vindt hij het blokken. In April 1838 verlaat hij de school met een uitstekend rapport, om dan rechten te gaan studeren. In 1843 legde hij zijn examen af en promoveerde met lof.

Mommsen wil hoogleraar worden, maar de werkelijkheid is echter anders. Als hulpleraar in het meisjespensionaat van zijn tante houdt hij zijn hoofd boven water, totdat hij in 1844 van de Deense regering een studiebeurs toegewezen kreeg. Twee jaar lang heeft hij geen financiële zorgen. In 1874 keert hij met een grote voorliefde voor Italië naar Duitsland terug – voortaan zijn deegwaren zijn lijfgerecht, Latijnse inscripties zijn hartstocht en de wetenschap van de oude geschiedenis zijn roeping. Echter aan de vooravond van de revolutie in 1847, doet zich geen gelegenheid voor de wetenschappelijke ambities van Theodor Mommsen voor. In plaats daarvan engageert hij zich als redacteur van de »Schleswig-Holsteinischen-Zeitung« met hoofdartikelen over de liberale ideëen. In 1848 wordt de 31 jaar oude Mommsen hoogleraar in Leipzig. Zijn politieke idealen blijft hij echter trouw Zo wordt Mommsen vanwege zijn protest tegen de onderdrukking van het eenheids- en vrijheidsstreven tot 9 maanden detentie aangeklaagd. Ternauwernood kan hij de gevangenisstraf ontlopen maar niet zijn ontslag door de universiteit. In 1851 moet hij Leipzig verlaten.

Toevlucht vindt hij in Zwitserland en wordt in 1852 in Zürich hoogleraar. Daar begint hij met zijn grootste literaire werk - de »Romeinse geschiedenis«. Tussen 1852 en 1856 verschijnen de eerste drie delen. Ze werden een wereldwijd succes. Het werk treft de nerf van deze tijd. Bij dat alles verliest Mommsen echter niet zijn eigenlijke wetenschappelijke visioen uit het oog. Op 13 Februari 1854 gaf de koning van Pruisen Friedrich Wilhelm IV zijn goedkeuring, het aanlegen van een register van alle Latijnse inscripties zes jaar lang met een jaarlijks bedrag van 2000 daalders te ondersteunen. In 1861 wisselt Mommsen op de leerstoel voor Romeinse geschiedenis in Berlijn.

Mommsen houdt zich daar echter niet alleen met de wetenschap bezig. Zijn leven lang blijft hij ook met de politiek verbonden en is één van de meest prominente woordvoerders tegen het opkomende antisemitisme. Echter bij het ouder worden, besluipt hem een toenemende verbittering vanwege het falen van zijn politieke idealen. Depressies kluisterden hem aan het bed. Hij vindt toevlucht in de literatuur en bij zijn gezin. Kort voor zijn overlijden wordt hij verrast met de bekroning van zijn wetenschappelijke verdiensten: de Nobelprijs voor de »Romeinse geschiedenis«. Theodor Mommsen, de zoon van een evangelische plattelandspastoor is de eerste Duitser, die deze eer ten deel viel. Een »prijs uit de loterij« luidt zijn spottende commentaar. Op 1 November 1903 overlijdt Theodor Mommsen – de jurist, de historicus, de journalist, de liberale denker, de politicus, de dichter, de Nobelprijsdrager, de vader van 16 kinderen en liefdevol echtgenoot van Marie Mommsen. In zijn testament schrijft Mommsen: »Ik heb in mijn leven ondanks mijn zichtbare succes niet het ware bereikt«. Dat zien we nu anders!

De tentoonstelling in het foyer van het museum presenteerde aan tien bureaus het leven en werk van Theodor Mommsen. Het ongewone concept, ontwikkelt in samenwerking met dr. T. Bendikowski en verb, Essen, werd door de Art Directors Club beoordeeld en voor de Designprijs van de bondsrepubliek Duitsland voorgedragen.