Font size

De landschapsdoorsnede

Een raam in het bodenarchief

Zoals een etalage in de geschiedenis werkt de landschapsdoorsnede, bekijkt men het vanaf de toren. Door enge, door muren van geroest staal begrenste gangen komt men op het bodemniveau van de Romeinse-Germaanse tijd.

De beschermingswal die zich gunstig op het verloop van de slag voor de Germanen uitwerkte, is hier in volle hoogte nagebouwd. Achter de borstwering kan men de wal betreden en door de poort van de Germaanse naar de Romeinse kant wisselen.

Niet ver voor de wal herkent men de sporen van palen in de grond. Deze palen steunden eens de wanden van een voorraadsgebouw dat van de nabij wonende Germanen was. Ten tijde van de slag was het echter al lang vervallen en in het terrein niet meer te zien.

In de buurt ervan bevindt zich een klein moerasvijver zoals die hier in de tijd van Varus en Arminius vaak waren te vinden. De van de Kalkrieser Berg ontwaterende beekjes en stroompjes zorgden ervoor dat de kleine poelen en de moerassige plekken nooit konden uitdrogen. Het grote moerasgebied in het noorden sloot hier direct bij aan zodat het Romeinse leger de enige landstrook moest nemen waarlangs een veilige passage mogelijk was: De weg langs de voet van de berghelling. De weg langs de Germaanse wal ...