Font size

Romeinen

De noordgrens van het Imperium Romanum

Tijdens de regeringsperiode van Caesar kwam het noorden versterkt in het blikpunt van het Romeinse Imperium. Omstreeks het midden van de 1e eeuw v. Chr. werd Gallië een Romeinse provincie. Augustus deelde het gebied in 27 v. Chr. in drie delen in - Lugdunensis, Belgica en Aquitania - waarvan het centrum het altaar van Augustus en de godheid Roma in Lugdunum, het huidige Lyon, was.

Als Marcus Lollius in 16 v. Chr. met het 5e legioen in Noordgallië door de invallende Germanen vernietigend werd verslagen en van de legioensadelaar werd beroofd, zag Augustus zich gedwongen samen met Tiberius naar Gallië op te breken waar hij tot 14 v. Chr. bleef. Tiberius en Drusus onderwierpen intussen de opstandelingen.

Ook tegen de Germaanse Marcomannen onder Marbod moest Drusus in 9 v. Chr. ten strijde trekken. Nadat hij ze had onderworpen, trokken zij zich verder naar het zuiden, naar Bohemen terug. Direct hierna bond de Pannonische en Dalmatische opstand de Romeinse strijdkrachten. Hij kon slechts met moeite en na het oproepen van 15 legioenen worden gestopt.

In de jaren om het begin van de christelijke jaartelling namen de Germaanse overvallen in het noorden opnieuw toe. Keizer Augustus zond Tiberius om deze te onderdrukken. Hij onderwierp in 8 v. Chr. de Germanen tussen Rijn en Elbe en liet de Sugambrer en Sueben naar de Rijn verhuizen. Op gezag van Augustus drong Tiberius 3 met militair succes tot aan de Weser voor.

In het Romeinse Imperium kwam men tot de slotsom, dat Germanië nu voor het grootste deel was onderworpen en de Romeinse heerschappij veiliggesteld was. De tegenstand scheen geringer te worden. Talrijke Germanen zagen zich als bondgenoten van Rome en bezaten in afzonderlijke gevallen zelfs het Romeinse burgerrecht. In het Romeinse leger bestond er sinds enige jaren een eenheid die uit Germaanse Cherusken bestond en door een in Rome opgeleid officier van een vooraanstaande Cheruskische familie werd aangevoerd; hij heette met een Romeinse naam Arminius, zijn oorspronkelijke naam was bij de Romeinen niet meer bekend. Ook Augustus koesterde geen wantrouwen tegen de Germanen die bij voorbeeld als zijn lijfwachters in naaste omgeving van de keizer trouw hun dienst verrichtten.

Of Germanië nu al een »echte« Romeinse provincie was daarover zijn de wetenschapers het niet eens. Zeker is dat in 7 n. Chr. een ervaren Romeinse ambtenaar als stadhouder naar Germanië werd gestuurd. Zijn naam was Publius Quintilius Varus. Hij verrichtte zijn ambt naar voorschrift, hield gerechtsdagen naar Romeins recht en inde de belasting. Zijn verhouding tot de inheemsen was gespleten wat bij een stadhouder echter niet ongewoon was. Menigeen klaagde over de hoogte van de tribuutcijns. Met andere Germanen onderhield de Romeinse ambtenaar echter een bijna vriendschappelijke relatie. De reeds genoemde Cheruskische officier en zijn vader nodigde hij bijvoorbeeld af en toe voor een maaltijd in zijn verblijf uit.

De opstand van de Germanen tegen Varus in 9 n. Chr. had niemand voorspeld. Temeer hij zich daardoor duidelijk van de gebruikelijke Germaanse aanvallen onderscheidde omdat een deel van de eigen Romeinse troepen – namelijk de eenheid van de Cherusken – zich tegen Varus opstelden. Daarbij kwam dat de opstandelingen zich niet alleen op dezelfde goede militaire opleiding dan de overvallen soldaten, hun voormalige strijdmakkers, konden beroepen. Ze beschikten echter bovendien over een goede terreinkennis en een net zo goed voorbereid plan. Ze lokten de Romeinen door middel van een gefingeerd verzoek om militaire bijstand in een hinderlaag waarin zij deze voordelen uitstekend konden benutten. Het onbegaanbare terrein en het aanhoudende noodweer verhinderden dat de Romeinen hun beproefde strategiën konden toepassen. Het opstellen van de gevechtsformatie was bijvoorbeeld helemaal niet mogelijk. Daarbij kwam de zorg voor de vrouwen, kinderen en slaven die de legioenen als burgelijke personen begeleiden en om de meegevoerde uitrusting. Het plan van de Germanen ging op. Ondanks hun getalsmatige minderheid konden ze binnen enkele dagen de legioenen 17, 18 en 19 alsmede de aangesloten drie ruiterijeenheden en zes cohorten vernietigen. Slechts heel weinig personen konden ontkomen. De in het gevecht niet ervaren burgelijke personen hadden de minste kans.

Romeinen, 4. Absatz

Als het nieuws van de nederlaag van Varus in Rome aankwam, had het vanwege het hoge aantal slachtoffers eerst een schok teweeggebracht. Keizer Augustus was zeer ontsteld. Hoewel hij niet voor de eerste keer met grote verliezen van soldaten werd geconfronteerd, stelde hij zich eerder de vraag of Germanië deze inzet wel waard was respectievelijk tot welk punt men moest gaan. Als eerste maatregel gaf hij Tiberius opnieuw het commando aan de Rijn. Samen met Germanicus begaf hij zich in 10 n. Chr. weer naar Germanië waar het in het jaar daarop tot verdere gevechtshandelingen kwam. Een bijdraaien van de Germanen tekende zich niet af. In 12 n. Chr. werd Tiberius de viering van de Pannonischen overwinning in Rome toegestaan.

In 14 n. Chr. stierf plotseling keizer Augustus en zijn stief- en geadopteerde zoon Tiberius werd tot zijn opvolger benoemd. Hij zette Germanicus verder in de onrustige »provincie« in het noorden in. In 15. n. Chr. vertrok Germanicus ondersteund door Caecina Severus, van de Rijn naar Germanië. Germanicus trok door het land van de Chatten die hij onderwierp. Danvolgde hij de hulproep van de Rome goed gezinde Cherusk Segestes die werd belegerd. Bij zijn bevrijding viel de Romeinen de zwangere vrouw van Arminius, Thusnelda, in handen. Ze brachten haar als gevangene naar Rome. Als Germanicus op de plaats van de Varus-nederlaag aankwam, liet hij de nog steeds niet begraven gebeenten van de gesneuvelden verzamelen en begraven. Veel tijd had hij hiervoor niet want de Germanen vielen al weer aan. De terugtocht uit Germanië ontwikkelde zich deze keer dienovereenkomstig moeilijk en veel soldaten werden verwond of stierven.

Germanicus gaf zich evenwel nog niet verslagen en keerde met een transportvloot en een leger naar het gevaarlijke Germanië terug. Het kwam opnieuw tot een zwaar gevecht weer met zware verliezen die door het heersende noodweer met zware herfststormen tijdens de terugtocht nog toenamen. Germanicus had met zekerheid twee adelaars van de met Varus verslagen legioenen kunnen terughalen. Keizer Tiberius die verdere acties in het gebied van de Germanen nu als doelloos beschouwde, riep Germanicus in 16. n. Chr. definitief uit Germanië terug. In het volgende jaar werd Germanicus ondanks de eerder behaalde twijfelachtige overwinning in Germanië een triomf toegestaan waarin ook de gevangene Cherusken, zoals bijvoorbeeld de vrouw van Arminius en zijn in gevangenschap geboren kleine zoon, werden meegevoerd. De geschiedkundige Strabo vermeldt bovendien de aanwezigheid van Thusneldas vader Segestes bij de triomf. Deze was als bondgenoot van Rome aanwezig toen zijn beide kinderen, zijn kleinzoon en verdere bekende Germanen als gijzelaars werden voorgeleid.

De Romeinen trokken zich in het vervolg aan de Rijn terug en concentreerden zich op de beveiliging van deze grens. Levendige contacten tussen Romeinen en Germanen bleven vooral vanwege de handel bestaan. Een verovering van het Germaanse gebied rechts van de Rijn was echter voor het Romeinse Imperium niet meer van belang: het kosten en baten stonden in geen verhouding tot elkaar.

[Translate to Dutch:] Beteiligte an der Varusschlacht