Font size

Mythus Arminius – Hermann

... tussen wetenschap, kunstzinnige vrijheid en politieke berekeing

Het beeld van de Germanen werd sinds dem 16e eeuw graag gebruikt om hedendaagse politieke meningen te transporteren en ze zo tegelijk met het flair van een zogenaamde lange – en rechtvaardigende – traditie te omgeven. Zo werd ook de manier waarop de Germanen werden beschreven meer door de voorstellingen en mode van die tijd bepaald dan door de wetenschappelijke kennis over hun levenswijze, kleding en dergelijke.

De eerste beschrijving van de Germanen die een grotere verbreiding verkreeg en bepalend voor de daarop volgende kunst was, stamt typisch niet van de Germanen zelf af maar van Romeinse kunstenaars. Zij zetten hun visie over deels nog te onderwerpen en deels al bevriende volksstammen in het noorden van het Imperium in beeld zetten en daarmee een eerste vormenrepertoire schiepen dat in latere tijden gedeeltelijk weer overgenomen en veranderd werd. Daarbij laten deze beeldwerken de Germanen in de regel als overwonnene, door kleding en kapsel duidelijk niet van Romeinse afkomst zien. Door de veel geciteerde naaktheid of slechts gedeeltelijke bekleding verschijnen ze zowel als »barbaars« maar ook als sterke, ernstig te nemen tegenstanders, om die overwinnen te kunnen een zodanig militair succes was dat een triomftocht waardig was.

Na de ondergang van het Romeinse Rijk speelde het beeld van de Germanen tijdens de middeleeuwen geen rol van betekenis meer. Eerst met het drukken van de »Germania« en de »Annalen« van Tacitus tegen het einde van de 15e eeuw kwamen de Germanen als tegenspelers van het Romeinse Rijk weer in de herinneringen naar boven. Ze kregen belangstelling voor hun veronderstelde nakomelingen. Hoe bereidwillig en zonder kritiek deze geschriften werden opgenomen, laat de als gevolg hiervan de eenzijdige positive beoordeling van de oproerige Cherusken zien. Had toch Tacitus in zijn »Annalen« Arminius als de »bevrijder van Germanië« geëerd die de moed had »het bloeiende Romeinse Rijk uit te dagen« waarbij hij »in afzonderlijke veldslagen niet steeds succesvol, in de oorlogen echter onoverwonnen« was. Dus een werkelijke held waarvan de navolging eer met zich meebracht.

Zo vond de gestalte van Arminus – vermoedelijk door Maarten Luther met de naam »Hermann« bedacht – in de 16e eeuw ingang in de literatuur en haar afbeeldingen. De persoon van Arminius werd daarbij zowel als leervoorbeeld als ook als folie gebruikt waarop de zich schijnbaar vergelijkbare politieke samenhangen van die tijd lieten afbeelden. In boekillustraties verscheen de Cherusk dan ook in de kleding van de 16e eeuw. Zijn identiteit als Germaan verraadde hoogstens kleine extra uitgevonden details of inschriften. De dreigende Romeinen konden naar keuze voor de onderdrukkende landsheren of de paus staan waartegen men zijn aanspraken moest verdedigen.

In de »Rijmchroniek« van Burchard Waldis verschijnt Arminius in de contemporaine uitrusting van een vrije rijksridder. Net zoals David het afgehakte hoofd van Goliath draagt, houdt Arminius het hoofd van Varus aan de haren vast in zijn rechter hand terwijl hij zijn blanke zwaard met de linker hand omhoog heft. Samen met elf anderen, meestal verzonnen helden uit de Duitse geschiedenis schaarde hij zich in een galerij van diegenen die voor de ongedeelde eenheid van het Duitse Rijk staan. Ze moesten de meestal ruzie zoekende territoriale vorsten van het versnipperde Duitse Rijk tot eenheid manen ten opzichte van de dreigende verovering door de Turken.

1689 verscheen het eerste deel van de roman »Arminius en Thusnelda« van Daniel Caspar Lohenstein. Op de door Johann Jacob van Sandrart gemaakte illustraties dartelen nu Romeinen en Germanen in fantastische kostums rond die gedeeltelijk de beschrijvingen van antieke schrijvers oppakten en omzetten maar gedeeltelijk ook het onbekende fantasievol optooiden. Als kenmerk van de Germanen verschijnt hier meervoudig een gevleugelde helm die al in 1616 op een afbeelding van Simon de Vries een »Germaanse aanvoerder« sierde. Ook als van dit detail de historische basis ontbreekt, ontwikkelde het zich vanaf de 17e eeuw tot de meest geciteerde kenmerk van de Germanen in de daarop volgende eeuwen.

In de tweede helft van de 18e eeuw verscheen een hele serie drama’s, opera’s, liederen en gedichten die Arminius en zijn gevecht tegen de Romeinen als thema hadden. Bijna parallel met deze uitleg ontwikkelde zich een andere visie op de gebeurtenissen. De illustraties van Klopstocks »Hermanns veldslag«, opgevoerd door Daniel Nikolaus Chodowiecki, laat in 1782 dienovereenkomstig het ontwerp van een Arminius-Hermann zien die in staat is de deugd van de kinderliefde boven zijn heldendom te plaatsen en hiermee de burgerij de mogelijkheid bood zich daarmee te identificeren.

Tegen het einde van de 19e eeuw ten tijde van de oprichting van het keizerrijk door Bismarck, veranderde zich de voorstelling over het onderwerp fundamenteel. In plaats van de voordien geliefde scenes met uitgekozen afzonderlijke personen kwamen er nu schilderijen van de veldslag met epische breedte. Als sieraad van openbare gebouwen moesten zij – met pedagogische nadruk – de »geboorte van de natie« vieren en de benodigde historische basis leveren.

Ook het Hermannsdenkmal in Detmold wordt dankzij de oprichting van het keizerrijk in 1875 voltooid; zonder deze impuls zou het hiervoor dringend benodigde geld wel zijn uitgebleven. De inwijdingsfestiviteiten rond dit monument ontwikkelde zich tot een huldiging van het absolutistische »Wilhelmische« keizerhuis en het aanbrengen van een gedenktafel voor Willem I manifesteerde de identificatie van de heerser met de monumentaal verhoogde »nationale held« die zijn zwaard tegen de »erfvijand Frankrijk« uitstrekt.

Tijdens het nationaalsocialisme 1933-1945 rukte de Germaanse voortijd versterkt in de belangstelling van de staat en de overheersende partij. Ze werd geïdealiseerd en met het zoeken naar de identiteit en de legitimatie als doel geïnstrumentaliseerd. De poging van de machthebbers, deze zelf gecreëerde oprichtingsmythus en het veronderstelde daarachter staande systeem weer te laten opleven waarin men bijvoorbeeld »dingplaatsen« aanlegde en de bevolking dringend verzocht, deze vergaderplaatsen naar Germaanse voorbeeld door theateropvoeringen, rondleidingen, koormanifestaties en dergelijke te beleven, mislukte met zekerheid. Het mythus zelf diende verder als ideologisch middel tot doel.Het gebruik van afbeeldingen behoorde daartoe. Zo prijkte Hermann, vooral in de vorm van het Hermannsdenkmal al spoedig op briefkaarten met ideologische parolen of op de titelpagina’s van nationalsocialistisch gekleurde verenigingen met het streven, het eigen handelen door het teruggrijpen op de geschiedenis in een vermeende traditie te plaatsen.

Na de ineenstorting van het nationaalsocialisme speelde het Hermannsmythus in de 20e eeuw geen herkenbare rol meer. De afbeelding van de Germanen beperkte zich hoofdzakelijk tot stripfiguren waartegen Asterix, de Gallier, met gemak opgewassen kon zijn, of op versieringen van broodjeszakjes waarop met croissant-helmen bedekte Germanen hun stokbroden in plaats van de zwaarden met elkaar op kruizen en de klanten aanprijzen. Hermann werd uit de politieke sfeer terug naar de wetenschap gestuurd en kreeg zijn overgeleverde naam »Arminius« terug. De politieke connotatie is klaarblijkelijk vervlogen, de emancipatie uit de klauwen van de voortijd schijnt te zijn gelukt.